J.C. van Leur
aan
E. du Perron
Batavia, 8 augustus 1938

Zaterdagavond

 

Beste Dupé

Ik heb uiteraard na het vrij verwarde gesprek met den heer [Snejiltne] van hem nog geen hoogte, ik meen je echter niet te mogen onthouden de bijzonderheden die mij ‘van andere zijde’ (ook Indonesiers, zij het dan ‘verraders’) over hem bereikten; kwalificaties: onbruikbaar; zonder energie en doorzettingsvermogen; studeert sedert 1928 zonder succes; huodt zich staande uit het inkomen van zijn vrouw. Dit alles kunnen kwade geruchten zijn (ofschoon mijn zegslieden menschen van onverdachte goede trouw zijn); ik kan enkel zeggen, dat ik persoonlijk, lijkt mij, heèl ver van den heer S af sta en nog geen contactpunten ontdekte; mij geïrriteerd voelde door dit eindeloos problemen opwerpen en alles op ’t volle pond te willen afwegen. Maar dat doet alles niet ter zake. We zullen zien.

Tot vrijdag. Graag verwachten we jullie. Dag,

[Job]

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie