S. Vestdijk
aan
E. du Perron

Den Haag, 9 juli 1935

Haag 9-7-'35

 

Beste Eddy,

Mijn voornaamste motief bij het aanvaarden van dat lidmaatschap was de f 1000: geldzucht dus en geen eerzucht, en ik zie niet in waarom ik in dezen karakterloozer ben dan Marsman, wanneer hij die zelfde f 1000 geaccepteerd had, wat hij zeker zou hebben gedaan. Ten bewijze, dat hij over mijn lid-worden anders denkt dan jij je voorstelt, diene, dat hij, met Engelman, tegenover Nijhoff het plan opgeworpen had om mij (met van Eyck) in die commissie te duwen, in plaats van Nijhoff en Coster. Dit was al bij hem opgekomen voordat ik in U. kwam, voordat hij dus weten kon of ik de benoeming al of niet accepteerde. Zijn gedachtengang was: beter wat goede menschen in die commissie dan allemaal Jo van Dullemen-de Wits, waardoor de prijs dan voorgoed verloren zou gaan voor hen die hem verdienen; zooals je ziet een redeneering, Julien Sorel waardig. Alles bij elkaar genomen zie ik niet in waarover je je zoo druk maakt; het weigeren van dat lidmaatschap is na Slauerhoff, Den Doolaard, etc., toch niet zoo’n erg sterk bewijs van karakter meer, vind ik.

Met beste groeten,

Simon

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie