H. Samkalden
aan
E. du Perron

Tjiawi, 15 september 1937

Tjiawi 15/9-37.

 

Amice Du P.,

Laten we afspreken dat ik Zondag in de namiddag kom en tot Maandagmorgen in Tjitjoeroeg blijf; eventueele bezwaren kan je me dan nog tijdig berichten.

Het stukje van Ritman over D.D. – d.w.z. de beruchte overweging in het Arrest van het Hof – kon ik niet hoogelijk apprecieeren; de voorzichtigheid en angst van onzen goeden vriend zijn mij ten eenennmale onbegrijpelijk en zeker is mij niet duidelijk waarom wel een halve kolom besteed moest worden om de goegemeent te verzekeren dat D.D. toch heusch zoo’n gemeene kerel is en dat R. héélemaal niet met hem sympathiseert. ’n ‘Kenner van land en volk’ verzekerde mij dat alleen dank zij het [sc]heldend begin ook de rest gelezen zou worden ... Doux pays!

Onze gastvoorstelling in Bandoeng was allerplezierigst, wij hadden bovendien een zeer genoeglijk week-end, waarvan ondergeteekende de Zaterdagnacht met eenige onwaarschijnlijke types tot den vroegen Zondag heeft doorgebracht. Nu hebben ernst en plicht en ander ècht-vaderlandsche deugden mij weer op een hooger plan gebracht –

Tot Zondag; hart gr. aan Bep, steeds je

[ondertekening]

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie