E. du Perron
aan
E. de Willigen-Vuyk (Beb Vuyk)

7777Den Haag, eind april 19407778

Nu wat ons betreft, wat zal ik je vertellen. Wij werken hard en probeeren te gelooven dat alles normaal door zal gaan, al worden we om de drie weken met nieuwe dreigingen opgeschrikt. Als het hier wordt als in Finland, zal het werken van zelf wel ophouden; in afwachting daarvan is het nog de beste - en zeker de nuttigste - afleiding.

 

Jouw ‘groep’ is ongetwijfeld Criterium, Cola Debrot, als auteur van Mijn Zuster de negerin en jij hebben ook wel iets met elkaar gemeen; ook zijn jullie zoowat van den zelfden leeftijd en gelijk begonnen, dus ‘generatie-genooten’ in ieder opzicht. Ontmoette je hem nooit?

‘In Aanbouw’ is wat algemeen en vaag, maar dat is altijd een beetje zoo met dat soort jaarboekjes. Behalve voor publiek van tegen Sint Nicolaas en Kerstmis kan ik er het belang niet goed van zien: degenen met talent verdwijnen tusschen de meedoeners. Op het oogenblik zijn volgens ons (d.w.z. groep ter Braak - du Perron etc.) de meest ‘interessanten’ onder de echte jongeren: M. Vasalis (een dichteres die Leenmans heet, is getrouwd met Droogleever Fortuin en heet dus Mevrouw aldus), Hans Gomperts, Adriaan van der Veen. Maar alles kan natuurlijk spaak loopen en over drie jaar zie je misschien heele andere. ‘Men’ in Criterium is nogal verrukt van Bertus Aafjes. En Lehman, 19 jaar gaat zoo'n beetje door voor den Slauerhoff en-Rimbaud van deze jongste generatie, maar tot dusver vind ik zijn verzen nogal vol kouwe drukte en zijn ‘effecten’ nogal goedkoop. Gomperts, Dingtaal (verzen) is charmant. Een eenvoudige, stille jongen, die het misschien nog een heel eind zal brengen is Adriaan Morriën. Knaldingen gebeuren er niet, maar is dit er een tijd voor?

Je schrijft en gelooft niet eens, dat je nog terug zult zien wat de deur uitgaat. Maart zou heel gevaarlijk zijn voor ons, zei iedereen. Nu het April is, voelt opeens iedereen zich opgelucht, alsof het nu voorgoed alleen nog maar de buren aanging.

7777Elisabeth (Beb) Vuyk (Rotterdam, 1905-1991) vertrok in 1929 als lerares naar Nederlands-Indië, waar ze in hetzelfde jaar met de planter Fernand de Willigen trouwde. Zij debuteerde in 1932 met het verhaal Vele namen in DVB 9 (1932) schrift 1. Haar roman Duizend eilanden verscheen in 1937, gevolgd door Het laatste huis van de wereld (1939) Zij ontmoette DP voor het eerst in april 1938 in Batavia en ontving terug in Boeroe en later te Batavia 8 à 9 brieven, die tijdens de tweede wereldoorlog verloren gingen. Na DP's vertrek uit Indië nam zij het voor hem op in De ochtendpost en K&O (zie Brieven VIII, 4004 n 7, p. 483). DP schreef over haar romans in BN van 4 augustus 1937 (Vw 6, p. 190-193) en 28 oktober 1939 (av.) (Vw 6, p. 419-424). Brieven van haar aan DP in het LM.
7778Dit fragment is ontleend aan Beb Vuyk ‘In memoriam Ed. du Perron’ in BN van 12 augustus 1940 (av.): 'Ik herlees du Perrons brief van eind April, een kostbaar bezit deze brief’. Eerder had zij uit een van zijn laatste brieven geciteerd: ‘Pommetje is in Ede’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie