E. du Perron
aan
M. van Crevel

Bergen, 5 mei 1940

Bergen, 5 Mei 1940.

 

Waarde Heer Van Crevel,7779

Hoewel laat, kom ik u toch van harte gelukwenschen met uw promotie. Menno zal u gezegd hebben dat ik Donderdagavond min of meer ziek uit Den Haag naar hier ben gegaan. De 3 dagen hier hebben me wel goed gedaan, maar door de verhuistoestand waarin wij hier verkeerden heb ik toch niet de rust kunnen nemen die ik noodig had.

Een en ander is ook oorzaak geweest dat ik u vandaag pas schrijven kon. Toch vond ik hier bij thuiskomst, als een herinnering aan mijn verzuim, uw als dissertatie vermomd standaardwerk over Coclico.7780 Ik had er althans in willen lezen alvorens u te schrijven, maar ben er niet toe gekomen één bladzij tot me te nemen, noch uit dat boek noch uit eenig ander. Ik hoop er later op terug te komen, liefst mondeling, omdat mij dat dan ook het plezier geeft u als doctor terug te zien. Heeft het u belangrijk veranderd?

Maar over één ding ben ik verrukt: het portret van Coclico. Ik vind het schilderij (dat tegenover den titel staat) suggestiever dan die andere plaat,7781 die ‘echter’ moet zijn. Dat mannetje voorin is een kruising tusschen Faust en Rigoletto; en Balzac zou een krankzinnig verhaal over hem hebben kunnen schrijven in zijn rommeligsten stijl over alchemistenmysteriën. - Over een ander ding ben ik vol respect: den omvang van het boek, en dat er heel wat blzn. in staan waarvan ik vast niets zal begrijpen, ook als ik er hard op studeer. Als alle candidaat-geleerden promoveerden op zulke dissertaties zouden de professoren het er bij afleggen.

 
En de professor sprak: Dit proefschrift is te dik,
 
Bij iedre stelling geef'k, dood-op, maar een knik,
 
En het cum laude met mijn laatste snik...

Maar - al liep het ditmaal dan minder dramatisch af - ik ben er van overtuigd dat u het c.l. ten volle verdiend hebt. Menno rekende er trouwens al op, lang vóór hij naar Utrecht ging. Hij schreef mij vanmorgen7782 dat alles bizonder prettig verloopen was en ook tot uw genoegdoening. Het spijt mij nu dubbel dat ik er niet bij kon zijn, maar u van uw kant hebt weinig aan me verloren, want ik was door al dat roezemoezig gedoe in Den Haag van archiefwerk, meubels koopen en verhuizen toch geen behoorlijk mensch meer.

Ik hoop u eerlang terug te zien. Morgen ga ik voor 2 of 3 dagen weer naar Den Haag terug, maar het archief zal me dan wel opslokken. Niettemin, mocht u lust hebben in een telefoongesprek, belt u mij dan bij Menno op; ik hoop 's avonds ‘thuis’ te zijn.

Met vriendelijke groeten, ook aan uw vrouw en van de mijne,

gaarne uw

EduPerron

 

Nogmaals veel dank voor het boekwerk: ik ben er werkelijk zeer blij mee en apprecieer het zeer dat u ook mij bedacht hebt.

7779De Haagse musicoloog Marcus van Crevel (1890-1974) was bevriend met Ter Braak, die hij in 1934 op de Cultureele Club in Den Haag ontmoet had. Ter Braak had hem bij het schrijven van zijn kronieken als ideale lezer voor ogen (Bw TB-DP 3, p. 75). Hij was lid van het Comité van waakzaamheid en van de redactiecommissie voor de uitgave van Ter Braaks Verzameld werk.
7780Adrianus Petit Coclico, Leben und Beziehungen eines nach Deutschland emigrierten Josquinschiülers, 's-Gravenhage 1940, 440 p. Van Crevel was op 3 mei 1940 te Utrecht op deze dissertatie gepromoveerd.
7781Tegenover de titelpagina is een anoniem schilderij uit de achttiende eeuw uit het Liceo Musicale te Bologna afgebeeld, op p. 273 een houtsnede die de kleine Coclico in dezelfde pose toont.
7782Niet in Bw TB-DP.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie