E. du Perron
aan
D. de Vries

Bandoeng, 11 februari 1939

Bandoeng, 11 Feb, '39.

 

Geachte Heer De Vries,

Mag ik nog van u hebben: dat boek van Naber over de Prinsessen van ons Vorstenhuis (ik moet wat persoonlijk nieuws hebben van de gemalin van Willem V), en de deelen van de mémoires van Van Hardenbroek, die gaan over de periode 1762-1780?5881 Daar staat, geloof ik, veel wat nogal aardig is; zoo over den dikken hertog en freule Dankelmann.5882 Colenbrander is op dit gebied akelig serieus.

Bij voorbaat dank. Ik schiet nu tenminste wel op wat het lezen betreft! Overigens ben ik, vooral 's avonds, verre van fit; gisteravond voelde ik me zelfs zoo mooi afgetakeld dat ik de vergad. v. K. en O. maar de vergadering gelaten heb. Zoo weet ik dus niets van wat daar besproken is, maar van Koch moet u nu zeer spoedig wel iets vernemen, als dat nog niet plaats had.

Met vriendelijke groeten en u bij voorbaat dankend, gaarne uw

EdP.

 

Byvanck geeft nog een schat van details uit het huisarchief v.d. Hogendorpen. Ik wou dat ik die tot mijn beschikking had!

5881Johanna W.A. Naber, Onze vorstinnen uit het huis van Oranje-Nassau in het stadhouderlijk tijdperk. Haarlem 1911, 2e druk, 2 delen. Over prinses Frederika Sophia Wilhelmina van Pruisen (Prinses Willemijn) deel II, p. 62-164; Gijsbert Jan van Hardenbroek, Gedenkschriften (1747-1787). Uitgegeven en toegelicht door F.J.L. Krämer (Amsterdam 1901-1918, 6 delen). De jaren 1762-1780 in delen 1 en 2.
5882De veldmaarschalk hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel en de hofdame van prinses Wilhelmina, barones Sophia von Danckelmann (vgl. Schandaal in Holland, hoofdstuk 4, ‘Tegen de dikke hertog’, p. 68-87 (Vw 3, p. 588-600) en het verhaal ‘Zich doen gelden’ in Vw 5, p. 511-552).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie