E. du Perron
aan
J.A.A. Engelman

Den Haag, 8 maart 1940

Den Haag, 8 Maart '40.

 

Beste Joannes,

In haast even een woord van dank voor het compliment. Ja, ik begrijp dat jij deze kwestie heel wat beter vatten kan, en de luis-achtige bijtzucht van een bepaald soort lieden tegen wat Multatuli beteekent, dan de opgeruimd verassureerde Van D. Overigens is dit stuk zelf maar een fragment6808 - het beste, geloof ik - uit Mult. en de Luizen, dat je binnenkort door ‘Contact’ zal worden gezonden. (Ik gaf het bon à tirer een week geleden.) De rest is meer op het peil van de lady van Leggeloo, waartoe ik heb moeten afdalen om mij door het soort te doen begrijpen - enfin...; maar misschien zal je ook daar af en toe tot een lachje gekitteld worden. Achteraf beschouwd, is het overigens zonde van de moeite!

Ik ben blij dat ik van de kakkestoelemeierij6809 den laatsten tijd niets meer hoorde. Maar als we erover praten kunnen - en hopelijk een beetje erbij lachen - hoor ik graag wat je me nog verder daarover had willen openbaren. Wij gaan 15 dezer wschl. van hier weg - het kan ook 18 of 20 worden, en trekken dan voorloopig weer in het huisje van juffr. Meuter, tot we iets beters gevonden zullen hebben, in Bergen. Misschien zullen we elkaar dus daar weerzien. Ik hoop daar ook weer eens verzen te schrijven - hoe is 't mogelijk, nietwaar? - dwz. een verhaal in verzen af te maken dat ik in Indië begon en dat De Grijze Dashond heet. Maar eerst moet ik ook door zeeën van proza waden, dus mijn ziel begrijpt je journalistensmarten.

Ook ik heb hier af en toe het authentieke dichterpaar Bloemeggink mogen bezoeken, en het bleek mij dat Claartje, die mij in iedere conversatie dichteres-achtiger toespreekt over de tekorten van Forum, werkelijk poëtische tagliatelle (= platte macaroni, op z'n dietsch uitgedrukt) wist te bereiden. Hetgeen ik met zorg genoteerd heb, om in de weegschaal van haar verdiensten, alswanneer ik weer over haar verzen rapporteeren zal aan Batavia's lezersschare,6810 ter dege mee te doen wegen.

Verder geen bericht. Het beste en tot ziens! tt.

EduP.

6808Zie DP, ‘De waarheid der wrekende schoondochters’ in GN 38 (1940) 3 (maart), p. 343-346 (Multatuli en de luizen, p. 60-63; Vw 4, p. 612-615).
6809Toespeling op ‘kakkestoelemeie’ in het gedicht ‘Stoelgang’ van Pythia (Jan Engelman) in De nieuwe eeuw van 25 januari 1940, p. 487.
6810Niet gerealiseerd.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie