E. du Perron
aan
H. Samkalden

Bandoeng, 17 januari 1939

Bandoeng, 17 Jan. '39.

 

Beste Hugo,

Moe maar niet ontevreden uit Bat. hier weergekeerd, vond ik bijgaande krabbel van Koperberg op mijn schrijftafel. Geef mij eens raad: wat moet ik hiervan denken? Verneukt hij zichzelf, of wat is het? Wat is dat voor een circulaire5805 die hij nu wil? Ik begrijp deze menschen gewoon niet meer. -

Hoewel Bep het stuk tegen Het Licht voor Koch heeft getikt en hij er dus zoowat niets meer aan te doen had, ligt het hier nog! Met veel vriendelijkheid vertelde hij mij zooeven door de telefoon dat hij er eigenlijk steeds minder voor voelde (dat had hij mij ook al naar Bat. geschreven), maar het toch zeker nog zou zenden. Als dit geen saboteeren is, dan is het er een zusje van. Ik geef het op; van vandaag af is mijn belangstelling voor K. en O. nul. Ik zal nog wel wat voortgaan om niet direct spelbreker te zijn, maar mijn plezier is weg. De kwestie is, geloof ik, dat Koch angst heeft omdat zijn vrouw telkens hartkloppingen en hoofdpijnen krijgt van ‘aanvallen’ en de zaak liever laat doodbloeden. Hij wil wel vechten, zegt hij, maar voor zijn overtuiging. Misschien heeft hij gelijk, en is dit het verstandigste. Het zou inderdaad - ook voor mij! - afschuwelijk zijn als Mevrouw Koch het gelag moest betalen. Ik ben dus bereid om deze vervelende aan-het-lijntje-houderij als beleid te slikken en niet nòg eens mij kwaad te maken, enz. Maar het is niet te verwonderen als ik er dan zelf ook maar bij inslaap.

Of liever, ik heb een geweldige lust om Spinoza te lezen5806 en over Dirk v.H. te schrijven en me om dit heele mediocre gedoe geen bal meer te bekommeren. Op deze manier heb ik gewoon het gevoel dat ik me inspan voor niks. - Ik zal er nog eens met Koets over spreken; is hij nog enthousiast, misschien krijgt hij me dan nog een eind mee...

Stuur me liefst omgaand, den brief van Koperberg terug met je opmerkingen. Ik ben van tevoren ziek van aan-de-lijn-houderij, dus als je dit volkomen kul vindt, zeg me dat dan ronduit, dan schrijf ik hem dat ik niet meer beschikbaar ben.

Kom je nog eens hier? Je idee om bij de Van Leurs in te trekken is uitstekend; waarom doe je het niet vóór 1 Februari? Groet Job en Peu van me, tot nader; hartelijk je

E.

 

Ik had uiterst leerzame - voor mij leerzame - gesprekken met Vermeulen. De jeugd, de academisch-afgeleverde, zit boordevol intellectueele (en wschl. andere) vooroordeelen. V. is erg aardig, maar 100% afgeleverd specimen van Leiden: Huizinga de cultuurdrager van Holland, Ter Braak eig. een grappenmaker en een journalist, een zekere heer Kamp(?) om je te bedoen zoo geestig (ik las zelden iets zouteloozers, maar het is ijsbaarlijk leidsch), enz.5807 En alles zit goed in de kastjes. Deze jongelieden moesten in hun kamer deze spreuk hangen van Stendhal: Rien ne me semble bête au monde comme la gravité.5808 Maar ach, ze zouden denken dat dat ‘ook maar een grapje’ is. Voor den intellectueelen en acad.-gevormden Hollander zal Fruin altijd een orakel zijn en Multatuli een pias. Als ze 18 zijn lééren ze dat, als ze 28 zijn wéten ze 't voorgoed!

5805Voor Noesantara.
5806Op DP's lectuurlijst 1939 (Bw TB-DP 4, p. 436) staat vermeld: J. Colerus, The life of Benedict de Spinosa [eerste Engelse vertaling uit het Nederlands: Londen 1706].
5807Mr. A.F. Kamp, auteur van o.a. Leidsche notities. Leiden 1930.
5808Citaat niet achterhaald; door DP in 1927 aangehaald in Cahiers van een lezer (Vw 2, p. 46). Ook bij Ter Braak in Démasqué der schoonheid (Vw 2, p. 612-613 en 639), waar het ontbreken van ‘gravité’ het bepalend criterium voor goede stijl is.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie