E. du Perron
aan
H. Samkalden

Bandoeng, 6 januari 1939

Bandoeng, 6 Jan. '39.

 

Beste Hugo,

Ik kreeg 2 briefjes van Job, zelfs met inlichtingen, die nu wschl. toch te laat zijn. Dwz. ik schrapte die zinnetjes uit mijn antwoord, en heb geen lust om nu weer naar Koch te loopen, die bovendien het stuk al naar de drukkerij gezonden zal hebben enz. Dus in zooverre is het toch misgegaan. - Overigens heeft de uitleg van Job me alweer verzoend; ik heb hem teruggeschreven. De algemeene sfeer van ‘halfheid’ zal me wel meer parten spelen in dezen tijd. Daarover mondeling meer. Hoe je mijn ongeloof aan Noesantara ‘onzinnig’ kunt noemen is me een raadsel; wat wed je met me dat K. deze zaak ‘met eere’ omzeilen zal? En in ieder geval als dàt blaadje ook voor de fatsoenlijkerds geschreven moet worden, dan verdom ik het bij voorbaat. En jij die aan een Indisch Forum dacht! Mijn ‘praktijk’ in K. en O. - en de Z.-rel - heeft me een verdomd goed idee gegeven van de realiteit. Ik ben niet voorzichtig en niet knap genoeg om goed werk te leveren op de manier die hier past.

Nu, tot Zondag half 5! Je

E.

 

P.S. Ik zal Last die f 15. voorschieten, omdat hij anders misschien al weg is.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie