E. du Perron
aan
H. Marsman

Parijs, 6 maart 1936

Parijs, 6 Maart

Beste Henny,

Het adres van Noth is: Ernst Erich Noth, chez M. Noël Vindry, Quartier Saint-Mitre, Aix-en-Provence. Ik weet niet of hij er op het oogenblik zit, een tijdje geleden zat hij ergens anders; maar het is toch een vast adres, dus je kunt hem daarheen schrijven. Zeg dat je een vriend van mij bent, schrijf duitsch, en je hebt het contact. Noth is zeer ‘welwillend’, d.w.z. van nature vriendelijk en hulpvaardig, en zal je zeker omgaand antwoorden, als hij je brief meteen krijgt.

Ik zit hier; ik ga wschl. de 15e naar Lyon; maar met de Grieken gaat het niet erg. Veel innerlijke onrust, en vooral: de behoefte zelf wat te willen verdienen. Nu is er net een vacature bij Het Vaderland - met 1 April - en het zou kunnen dat ik daar in treed. Menno zou moeite voor mij doen, maar er is ook nog een kwestie van tractement, want voor fl. 60. kan ik niet zóóveel tijd geven, en voor fl 100. eigenlijk ook niet. Toch heb ik voortdurend het gevoel dat ik eig. alles zou moeten aanvaarden, en ik heb ook al aan Querido geschreven of ik Le Temps du Mépris niet voor ze vertalen kon, mits tegen niet te slechte betaling (het boek heeft een geweldig succes in Amerika, waar het nu net een prijs kreeg.)

Enfin, er is niets zeker nog, dus houd dit voor je (over Het Vad.); misschien draait het op niets uit. Anders ben ik ‘per 1 April’ journalist in Den Haag! Ik heb Menno nu om nadere inlichtingen gevraagd en hem gezegd er met Schilt over te spreken.4091 Àls ik toch zooiets moet aannemen, dan liever op een krant met den braven Pannekoek en Menno samen. Uit Indië geen snars bericht, - wat ook bijdraagt tot mijn rot-onzekerheid.

‘Plannen voor den zomer’ heb ik dus bepaald niet.

Wanneer komt Wevers uit?4092 Ik ben er èrg benieuwd naar. Kan je me het adres van Slau bezorgen, in Heemstede? ik zal hem dan toch maar schrijven. Het idee dat ik met hem ‘gebrouilleerd’ zou zijn is toch te mal, al geloof ik niet aan een nieuwe (of bijgelapte) vriendschap.

Innerlijk gaat het wat beter, op die ‘maatschappelijke’ onrust na. De mogelijkheid alleen van in Den Haag een baan te krijgen verandert alles voor me. Wschl. blijft Bep dan nog wat hier, want we kunnen niet zóó opbreken. Maar nogmaals, misschien wordt het niks, dus stil, stil...

Het beste met al je gestudeer en gelees. Je schrijft niets over het al-of-niet succes bij je hoorders. Zijn er weer wat snikkers onder geweest; of heeft Van Leeuwen de post van stamsnikker op zich genomen (stamsnikker op marsmaniaansche lezingen?) - Ik ben moe en crispé, houd me dus dergelijke flauwe mopjes ten goede. Heel veel hartelijks, ook van Bep en voor Rina, en een hand van je

E

Ik vertaalde, met het oog op de N.R.F. of Mesures, een stuk uit een oud-javaansche kroniek (13e eeuw), van een heerlijk kinderachtig immoralisme. Het wordt nu nagekeken en wschl. geplaatst (ik vertaalde het naar de vertaling van Brandes, die van 1896 is,4093 stijf maar toch wel aardig). Als het verschijnt zal ik het je zenden. Je Wevers is een lam, zoowel in het bovenaardsche als in de smeerkeezerij, vergeleken bij mijn mijnheer Ken Arok!

4091Zie Bw TB-DP 3, p. 377-378, 380-381, 388-389.
4092Wevers is het personage waarover in de briefroman Heden ik, morgen gij gecorrespondeerd wordt.
4093Pararaton (Ken Arok), Of het boek der koningen van Tumapĕl en van Maja-pahit. Uitgeg. en toegel. door J.[L.A.] Brandes. Batavia etc. 1896. Overdruk uit De verhandelingen van het Bataviaasch genootschap van kunsten en wetenschappen. Deel 49. De Pararaton is een 16e eeuwse oud-Javaanse kroniek, die onder andere de levensloop beschrijft van Ken Arok, de stichter van het Oostjavaanse rijk Madjapahit.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie