E. du Perron
aan
C. van Wessem

Gistoux, 10 mei 1931

Gistoux, Zondag 10 Mei.

 

 

Beste Constant,

Blij dat je de Cahiers1778 genietbaar vond. Stuur me bij gelegenheid eens De Wei der Ideetjes,1779 of neem het voor me mee als je hier komt. Ik weet niet of ik 8 Juni nog in G. zal zijn, wschl. niet, want mijn vrouw, die op het oogenblik bij haar moeder in Montigny-les-Tilleuls zit, zal dan zoetjesaan wel lust krijgen de echtelijke woning in Brussel weer op te zoeken, waar ik haar dan niet voortdurend alleen kan laten. Bovendien gaat het met mijn moeder aardig vooruit. Ik blijf zeker tot begin Juni, maar jij wou den 8en pas beginnen, wat wschl. net te laat zal zijn voor de goede orde hier. Maar in Brussel kan je ook bij mij logeeren, als je je een beetje behelpen wil. In ieder geval zien wij elkaar dus. Ben ik, als je komt, al een week in Br. terug, dan zouden we samen, d.w.z. jij en ik, ook een dag of 2, 3, naar Gistoux kunnen; dat zien we dan wel. Daarover dus nader.

Hoe oud is die Hondius op het oogenblik toch? Zijn verdwijnen uit de letteren heeft bepaald iets sympathieks... Zijn Sebastiaan vond ik niet slecht, maar klef.

Zag je dat ook Coster mij nu eindelijk terugaanviel? Men zal hem verteld hebben dat het zoo niet langer kon. Mijn reactie is ‘bereids’ naar hem toe, zal wel niet in de hooge Stem verschijnen, maar dan in het Juni-nr. van D.G.W. Op zijn invitatie een ‘essay’ over hem te schrijven (‘òf een goede grap’, zegt de sukkel erbij) ben ik overigens niet ingegaan. Wat kan ‘een goede grap’ voor C. zijn?

Ik wil Stols opstoken een serie te maken in het genre van Kelk's Spelevaart, maar op beter papier en met mooiere omslagen. Daarin zou Frederik1780 dan kunnen verschijnen (als hij tenminste ‘bijten’ wil, Stols bedoel ik, niet den overleden Frederik), en daarin zou ik ook veel voelen om een soort volledige gedichtenbundel te geven van Hendrik de Vries. (Alles behalve de Wijzangen, of hoe heet dat ding?1781)

Ja, Marsman vindt ook al Een V. beter dan het deel Onzekeren. Maar dit laatste is nog niet heelemààl een verloren zaak. Het beroerdste is alleen dat Kristaan en Reinald te veel op elkaar - d.w.z. beiden teveel op mij - lijken. Nous allons mettre bon ordre à cela...

Ik ga je Charleston hoogstwschl. niet bespreken1782; ik heb van die besprekerij meer dan genoeg, moet ik je zeggen. Ik beloofde Marsman een stuk over Kort Geding, en zelfs daar zie ik erg tegen op; verder moet ik nog een stuk schrijven over Hampton Court,1783 maar dat is dan ook voor jaren het laatste, hoop ik. Mijn 3e deel Cahiers moet daarop dan maar besluiten. Voor de rest misschien nog wel eens aant. voor mezelf, maar in geen geval recensies meer. Ik ben er ziek van. - Als je me dus geen auteurs-ex. kan sturen, laat het dan maar, ik bestel dan wel een ex. bij den boekhandel - of, om de reductie te hebben! - via Stols.

Nu, laat hooren wanneer je komt, maar tijdig vooruit, met het oog op de plannen hier.

Hart. groeten, ook aan je vrouw, van je

E.

 

P.S. - Het is gek, iedereen ziet in de Cahiers wschl. de Holl. literatuur en Coster; het actueele. Als je ze eens overleest, zal je zien dat de 2 stukken over Job bijv. (besproken als was het gisteren verschenen) tot het beste behooren van den bundel. (Bloem vond het als bijbelkritiek dilettantisch, zei hij, wat alleraardigst was van naïveteit!) En wat zeg je van mijn kleine botsing met je groote Matthijs? Daar zwijg je maar van...

1778Voor kleine parochie, dat DP op 4 mei 1931 aan Van Wessem gezonden had.
1779De titel van een artikel dat Van Wessem had gepubliceerd in Het getij 6 (1921) [tweede reeks], p. 73-75.
1780Een bundeling van de stukken die Van Wessem onder het ps. Frederik Chasalle schreef, later verschenen als De fantasie-stukken van Frederik Chasalle.
1781Lofzangen. Amsterdam 1923.
1782Pas aan de herdruk van Celly, lessen in charleston (Amsterdam 1937) wijdde DP een bespreking, nl. in het Bataviaasch nieuwsblad van 9 april 1938 (Vw 6, p. 252-255).
1783Deze plannen bleven onuitgevoerd.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie