E. du Perron
aan
C. van Wessem

Brussel, 8 januari 1931

Brussel, 8 Jan. '31.

 

Beste Constant,

Dank voor je briefkaart en de toegezegde regelen. Maar let alvast hierop1439: ik heb geschreven ‘dartelen’ en ‘de dikke dame die niets in haar hoofd had’ weggelaten, omdat ik het onnoodig vond dat Greshoff dat lezen zou (anders dan door jouzelf ergens gepubliceerd);- overigens moet ik er je op attent maken dat het heele verschil tusschen ons dan ligt in het feit dat Gr's ‘dartelen’ voor jou mislukt is (altijd? werkelijk, altijd??) en voor mij, over het algemeen, geenszins. - Je zoekt in Gr. teveel een ‘kritikus’. Hij is veel meer een pamphlétaire. Maar als zoodanig persoonlijk, vurig, vlot, dikwijls alleraardigst en - wat het voornaamste is: moedig. Ik bedoel, hij is niet zuinig met zijn reputatie. Dat is iets.

Nu wat anders. Wil je mij, zoodra deze je bereikt heeft, terugzenden: het vel of de vellen uit mijn cahiers waarin ik spreek over die verhalenbundel van Bijleveld. Er heeft n.l. in de Jan.-Gids een vrijwel inept stukje van Nijhoff over dien bundel1440 gestaan, waarop ik wil antwoorden. (Wil je mijn antw. in de V.B. - uitstekend, anders gaat het naar D.G.W.) Zend mij er ook bij: het stukje wat er aan hangt, over Stendhal en Marsman.1441

De klier Borel, verre van mij een proces aan te doen, heeft anoniem geriposteerd in het Vaderland, of het làten doen (op zijn best); Gr., zeer verontwaardigd hierover, schreef heet van de pan (en verzond idem) een stuk voor D.G.W., dat ik niet gezien heb. Daar jij naar Berlijn getrokken was, kon ik jou geen plaatsje vragen voor een ‘voetnoot’ in de V.B. Dus bleef mij maar één ding te doen: ik heb naar de red. van het Vaderl. zelf geschreven om hun dat ‘anonieme poenigheidje te signaleeren, als - qua procédé, woordkeus en karakterkennis - het typeerend getuigenis van een huisknecht.’ Zij zullen dat daar wel niet plaatsen. - Maar op deze manier blijft mij de mogelijkheid, er publiek op terug komen, indien de klier in kwestie opnieuw manifesteert. Ik weet niet wat ik tegen dien vuilik heb - die werkelijk niet de eenige is in zijn soort! - maar ik zou hem den grond in kunnen trappen. Ik geloof dat ik het niet zetten kan dat hij - met zóó'n smoel! - ons aan zijn braafheid zou willen doen gelooven, en aan zijn ernst voor de ‘poëzie!’

Nu, ik hoop dat je je geamuseerd hebt in Berlijn. Laat van je hooren zoodra je kunt.

Hart. gr. van je

E.

 

Ik zag Balans.1442 Wat heb je daar nu voor raars in geschreven? Krijgen we meerdere avonturen van die jongedame? Geeft zij soms de lessen in charleston? Ik ben ongerust... licht mij spoedig in!

1439Deze alinea heeft betrekking op een, op 5 oktober gedateerde, notitie over Greshoff, waarop Van Wessem kennelijk heeft gereageerd. Deze notitie moet zich bevonden hebben onder de kopij die DP op 30 december aan DVB stuurde. DP nam de notitie op in Tegenonderzoek, p. 21-22 (Vw 2, p. 221-222), waarin de tussen haakjes geplaatste zin ‘In een van zijn brieven beklaagt Van W. er zich weer over’, dan later moet zijn ingevoegd.
1440Zie voor DP's reactie, ‘Het nationaal gevoel en de kunst’, Vw 2, p. 268-274.
1441Opgenomen in Tegenonderzoek, p. 44-45 (Vw 2, p. 238-239).
1442In Balans publiceerde Van Wessem een fragment uit Lessen in charleston, onder de titel ‘Celly’. In de roman zoals die gepubliceerd werd zijn van dit fragment slechts enkele zinnen terug te vinden.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie