E. du Perron
aan
G. Burssens

Gistoux, 25 mei 1929

Gistoux, 25.5.29.

 

Beste Burssens,

Het artikel voor D.G.W. zal ik spoedig aan Greshoff geven. De nrs. van Avontuur heb ik behoorlik ontvangen, heb ik je dat nog niet geschreven? in dat geval hierbij mijn dank. Heb je het Holland-nr. van Variétés gezien? ‘Un peu colonie, la Hollande à Bruxelles’, zooals Malraux mij schreef, maar toch niet onaardig.

Van Alle de Rozen en dus van Vl. Arbeid niets gezien, zoals viel te verwachten. Het is een hopeloze historie, maar ze hebben dan ook voor het laatst iets van me gehoord of gezien in die goêgemeente.

Waarom heb je in je artikel niet aangehaald: ‘Gwendoline en Caroline’ tegenover ‘Gaston’? Twee voorbeelden zijn beter dan één. Als je dat stukje voor me opschrijft (ik heb het nr. van Vl. Arbeid niet meer) dan kan ik het er nog tussen werken.615

Verder lijkt mij iets niet te rechtvaardigen in je lijn: Middeleeuwen-Hooft-Gezelle-Gorter-v.d. Woestijne-tegenover: Jan van Eyck-van Nijlen-Moens-Fonteintje. - Waarom Jan van Eyck? dat was een schilder. Van Nijlen staat, eerlijk gezegd, geheel buiten de lijn (ik zeg dit niet omdat hij een vriend van mij is, maar omdat het gewoonweg de waarheid is) en eigenlik ook de Fonteintjes-mannen, die nog het meest te maken hebben met de Fr. ‘fantai-sisten’. Ook is Hooft voor de zuivere lyriek eigenlik een slecht voorbeeld, hoezeer hij ook sympatiek is (à part cela). Ik zou in jouw plaats nemen: de Middeleeuwen-Bredero's liederen-Gezelle-Gorter (als je wilt) en dan, desnoods! Van de Woestijne-(en Kloos? moèt die erbij, het kan natuurlik, en om de redenering van v.d.W. zelf te handhaven zou het moeten)-maar, aan de andere kant: Van Eyck weglaten (of bedoelde je P.N. van Eyck, de vervelende Hollander van ‘De Beweging’?) en nemen: P.N.v. Eyck (welja), Van de Voorde, Moens, en ‘dergelijken’. De mensen met de strekking in de poëzie.616

Is het, in het vers van Gezelle: Derelik, of Derelink? Moet tee, in dat vers, niet geschreven met een h erin?617

Dat stuk van V./d. Woestijne over Paul was zéér sympatiek. Het heeft mij bepaald goed gedaan het te lezen. Wat die mijnheer Rombouts betreft, met zijn tendenzieus stukje in Vandaag,618 ik begin de man meer en meer aan te zien voor een lul van Blanus.

Je vraagt mij uitvoeriger terug te komen op de kwestie: navolgers van P.v.O. - Die is, wat jou betreft, toch snel opgelost, en wat de anderen betreft, daar zijn we het over eens. Zowel je eerste Verzen als Piano als Enzovoort geven aan dat je geleidelikerwijs de kant P.v.O. bent uitgegaan, maar altijd-d.w.z. in het ensemble-een eigen akcent hebt behouden. P.v.O. dacht er niet anders over, en er is geen enkele reden waarom hij jou niet gezien zou hebben zoals hij het Brunclair deed, als jij er aanleiding toe had gegeven. Later ben je soms (zoals in de ‘jodelende Tyrolers’619) misschien wat gevaarlik dicht bij enkele bepaalde gedichten van P.v.O. gekomen, maar dit karakteriseert je niet direkt als epigoon! Men kan eerst over je oordelen als een nieuwe bundel van je verschenen zal zijn; in Piano en Enzovoort is je woordspel, volgens mij, geheel eigen. In je volgende bundel kan men je alleen beoordelen naar het karakter van het ensemble, en heb ik dus goed vertrouwen. Neem daarentegen het volledige oeuvre van een Brunclair en je kunt, als je het naast dat van P.v.O. legt, stap voor stap de navolging-het mee-evolueren, zoals ik zei-aantonen. En nogmaals, P.v.O. dacht er niet anders over.

(Mocht je eventueel deze passage willen benutten, dan heb ik daar niet het minste tegen.)

Je krijgt spoedig cahier 5. Overigens voel ik er, voorlopig altans, niet veel meer voor, ik hoû er dus voorlopig mee op, en ik hoop zelfs voor lang. Dat schrijven over andere mensen is heel aardig, maar als het te lang duurt, begint men zichzelf te herhalen. En bovendien, het wordt tijd dat ik mij weer eens aan iets ‘oorspronkeliks’ zet. Ik heb eigenlik het laatste jaar (sedert begin vorige winter) NIETS uitgevoerd!

Wanneer komt een nieuwe bundel620 van je uit? Er zal toch wel mogelikheid zijn die bundel ook in België goed te laten drukken en voor minder geld misschien dan bij Stols? Voelt ‘de Sikkel’ er niets voor?

Schrijf me spoedig terug en geloof me steeds

van harte je EduP.

 

Origineel: Letterenhuis, Antwerpen

615De passage luidt: ‘En in hetzelfde gedicht van Br. vindt men een pretentieuze variant op “Gaston met zijnen basson” in: Colombine met de crinoline/Gwendoline met de mandoline’.
616Met weglating van Hooft heeft B zijn oorspronkelijke tekst gehandhaafd.
6175. Het is Derelik, Kollewijns voor Derelijk. Tee is teen (nl. ‘van de tol’). Als voorbeeld van zuivere lyriek gaf B in zijn artikel Gezelle's gedicht ‘Timpe, tompe, terelink’.
618‘Paul van Ostaijen en de openbare rust’, Vandaag 1 (1929) 5 (15 april), p. 83.
619Uit de bundel Klemmen voor zangvogels.
620Klemmen voor zangvogels (1930).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie