2306. Prentbriefkaart342 aan J.A.A. Engelman: Parijs, 21 november 1934

Beste Joannes,

Veel dank voor je nieuwe Tuin, die zooeven kwam. Ik las alles weer door, en vind je vooral in de muziek. De eerste gedichten zijn

[p. 169]

als een mistasten, een onhandig groepeeren van elders-gehoorde klanken, vergeleken bij de rest. Het grootste deel van den bundel heeft een bewonderenswaardige eenheid. Je bent een koorknaap en een troubadour; vind je 't prettig dat je niet alléén een vogel bent?343 Hart. gr. van je

EdP.

342Foto van L'Eglise d'Auteuil te Parijs.
343Volgens het advies van de Commissie der schone letteren van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde bij de toekenning van de Mei-prijs (zie 2151 n 5 en 2178 n 1): ‘Jan Engelmans onbezorgde doch fijnverzorgde woordkunst zingt letterlijk gelijk een vogel dat doet.’
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie