[p. 64]

Ter uitnodiging

 
Volmaakte vreê van 't landelijke rusten:
 
een brief, een boek, en dan de gramofoon...
 
Het grasveld is geschoren, de einder schoon,
 
de vijver uitgediept, geregeld onze lusten.
 
 
 
De zwanen varen traagzaam langs de kusten,
 
Loh'ngrins onzeker van der Jonkvrouw' woon,
 
maar God woont hier met zijn papieren kroon,
 
en deze rust is een volmaakt berusten.
 
 
 
Ik zend u dit sonnet met een tros druiven,
 
onze eerste: niet onmooglijk nog wat zuur.
 
 
 
Kom spoedig met ons leven, met ons wuiven
 
de zwanen toe, klassiek, in 't schemeruur.
 
 
 
Kom voelen hoe de zorgen vàn u schuiven,
 
met de allerlaatste zucht naar 't Avontuur.