A.C. Wittenrood
aan
E. du Perron

Den Haag, 30 oktober, 1938

[’s Gravenhag]e, 30/10 ’38.

 

[onleesbaar] du Perron,

Bijgaand uitknipsel uit het Vaderland zag ik eergisteren en wil U hierbij mijn gelukwenschen aanbieden met Uw herstel. Ik doe dit, omdat ik Uw oudste kennis ben, echter zeg ik U ook nog als jongen van 5 j. toen U met Uw moeder ergens op een pondok woonde; Wat U toen scheelde weet ik niet meer. Uw boek Het land van herkomst heeft mij vele aangename uren bezorgd, doordat ik ook bijna alle daarin voorkomende personen wel gekend heb.

Wijlen Uw ouders zie ik nog zeer goed voor me, Ook de zware bevalling van Uwe moeder kan ik mij nog zeer goed herinneren in de groote kamer, die achter op de kali uitzag!

Een paar moeilijke uren heb ik daarna doorgebracht, toen Uwe moeder op den derden dag plotseling een koorts van 40o met koude rillingen kreeg; een oorzaak kon ik niet vinden; later bleek, dat Uwe moeder zich driftig gemaakt had op enee baboe!

Verleden jaar kwamen Hans van de Wal en zijn vrouw mij nog bezoeken voor een consult. Ik praktizeer n.l. nog steeds.

Met mijn beste wenschen voor Uw verdere gezondheid en succes met Uw werk;

Dr A.C. Wittenrood

 

E. DU PERRON.

Naar wij heden vernemen, is de toestand van den schrijver E. du Perron, wiens opneming in het ziekenhuis te Bandoeng wij onlangs gemeld hebben, zoozeer verbeterd, dat het levensgevaar als definitief geweken mag worden beschouwd.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie