E. du Perron
aan
E. Bouws

Bellevue, 11 oktober 1932

Beste Bouws,

Vanmorgen schreef ik je - zoonet kreeg ik het pak nieuwe copie; wat je noemt een dunne bestelling. Ik ben radicaal tegen alles; tegen de volmaakt inepte versjes van Van Geuns7221 en tegen het slappe papje van Van Wessem, dat uit reminiscenties bestaat van Fabrice bij Waterloo (Stendhal) met absoluut gegapte effectjes uit Rilke's Cornet. God spare ons zulke bijdragen! En het sterke woord7222 van Cambronne doet het hem heusch ook niet meer!

Het stukje van het studentenblaadje was ook weer best.7223 Als ik denk aan de ridders van hùn ‘belangrijkheid’ ben ik op slag getroost.

Ik kan je slecht helpen met je stuk over tijdschriften.7224 Je ‘theorie’ lijkt mij heel gezond; voor het overige zit ik hier zelf te veel buiten Holland. Je moet in ieder geval De Spectator inzien op een groote bibliotheek (van Justus van Effen, dus 18e eeuw) om je een idee te vormen van een litt. tijdschrift van vóór De Gids. (Het model ervan was The Spectator van Addison en Steele.) Uitsluitend litt. tijdschriften als Forum bestaan nu toch ook wel? - in Frankrijk zeker. - Kijk ook in: Matthijs Siegenbeek, Nederl. Letterkunde,7225 misschien vind je daarin nog aanwijzingen. Tot later. Hartelijke groeten, je

E.

7221Opgenomen werd ‘Idibus Martii’ in Forum 1 (1932) 11 (november), p. 719.
7222Merde.
7223Mogelijk ‘Boekbespreking’ van Forum-nr. van september 1932 door Br. in Propria cures 44 (1932-1933) 2 (24 september 1932): ‘het delirische en rabiate proza van du Perron over Dirk Coster’.
7224Waarschijnlijk niet gepubliceerd.
7225Matthijs Siegenbeek, Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letterkunde, Haarlem 1826, behandelt op p. 297-299 Van Effen en The spectator van Addison en Steele.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie