E. du Perron
aan
H. Mayer

Den Haag, 7 december 1939

Den Haag, 7 Dec. 's avonds.

 

Beste Henri,

Ingesloten het stuk uit de Spectator6471 terug, met dank voor de inzage. Eenige van deze mededeelingen zijn wel aardig, maar het is tenslotte een oudejuffrouw die aan het woord is, en die er niet zelf bij is geweest; dat verhaal van het ‘pistool op de borst’ klopt bv. absoluut niet met wat O.Z. zelf in zijn ‘Deducties’ over het onderteekenen van die schuldbekentenis meedeelt. Hij heeft die wel degelijk bij hemzelf thuis in 2 exemplaren, niet alleen geteekend, maar compleet en eigenhandig overgeschreven, wat nog iets anders is, en hij vertelt zelf hoe hij, onder dat overschrijven, wel een halfdozijn keer in de schoot van zijn vrouw is gaan huilen.6472

Ik heb het voortdurend beestachtig druk - heb nu op me genomen om, voor Querido, Souwarine's Stalin te vertalen, wat me van mijn laatste vrije uren berooft; omdat ik daarnaast het werk op het Rijksarchief toch niet wil opgeven, nu ik speciaal in Den Haag zit daarvoor.

Over een tijdje kom ik wel plotseling opdagen.

Met beste groeten, je

E.

6471H.E. Moltzer, ‘Over O.Z. van Haren’ in De Nederlandsche spectator 20 (1876) 39 (23 september), p. 310, waarin de door mw. Petit, wier vader een vriend van O.Z. van Haren was, opgetekende herinneringen werden gepubliceerd. DP heeft van dit artikel gebruik gemaakt voor de herziene druk van Schandaal in Holland (Vw 3, p. 685).
6472Zie Schandaal in Holland, p. 151-152 (Vw 3, p. 643).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie