E. du Perron
aan
G. Stuiveling

Bergen, 22 oktober 1939

Bergen, Zondag

 

Geachte Heer Stuiveling,

Ik ben krachtig doende met die overschrijfselen te arrangééren. Zoodra ik ermee klaar ben, zal ik u schrijven wanneer ik naar u toe kan, of beter nog is het misschien dat ik u het pak opzend; dan kunt u dit alles eerst op uw gemak lezen en - wil ik hopen - geboeid. Kijkt u dan wat u ertegen kunt aanvoeren; dan kunnen we op diè punten later kijken in het Mult. Mus. Of u gaat er met mijn papieren zelf heen, dat is rustiger. Ik ben op 't oogenblik niet erg verlangend om weer naar Amst. te gaan; ik heb ook hoopen ‘achterstallig werk’. Maar voor de V. Bl. komen deze stukken zeker niet in aanmerking, want ik schat alles op een 65 blzn. folio, tegen dat het klaar is! Weet u dààr afzetgebied voor?

Toch heb ik hoopen geresumeerd, zooals u zien zult, eerder te veel dan te weinig. - Tot nader. Uw

EdP.

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie