E. du Perron
aan
E. Gobée

Bergen, 10 oktober 1939

Bergen-binnen (N.H.), 10 Oct. '39.
Nesdijk 19.

 

Zeer geachte Heer Gobée,6236

Ik heb het in Indië altijd als een gemis gevoeld dat ik u - op die eene ontmoeting na bij D.D. - niet heb kunnen spreken en raadplegen. Dit gevoel van gemis werd versterkt door al het goeds dat de Pringgo's eenerzijds, de Van Leurs anderzijds - en vele andere Indonesiërs* al niet minder - van u spraken. Ik heb iedereen moeten beloven u in Holland op te zoeken, maar dit was eigenlijk geheel overbodig, gegeven mijn eigen behoefte met u te praten. U weet niet hoè velen u daar missen.

Voor het oogenblik zit ik hier vast, maar over een dag of 14 zal ik wel naar Den Haag moeten. Zou ik u dan in Leiden mogen opzoeken?

‘Bij voorbaat’ stuur ik u 2 stukken uit Het Vaderland, die ik wel zonder commentaar mag laten.

Geloof mij met veel respect (een woord dat mij zelden uit de pen komt) de uwe,

EduPerron

6236De gepensioneerde taalambtenaar Emile Gobée (1881-1954) was van 1926 tot 1937 adviseur voor inlandse en arabische zaken van de Nederlands-Indische regering geweest. Tussen de regering en de Indonesische nationalisten vervulde hij een bemiddelende rol (zie ook Bw TB-DP 4, p. 549-550). De bedoelde ontmoeting bij E.F.E. Douwes Dekker vond waarschijnlijk plaats in 1937.
*Dit slaat natuurlijk niet op de laatstgenoemden; maar de lof van de eersten overweegt voor mij dan ook.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie