E. du Perron
aan
Soejitno Mangoenkoesoemo

Amsterdam, 30 september 1939

Amsterdam, 30 Sept.
(de 21e kwamen we in Vlissingen aan).

Beste Jit,

Nu, we zijn er! Na 2 × van boot veranderen: eens in Pt. Saïd en eens in Londen. We voelen ons hier in Holland bizonder onwennig, door de koû, al die baksteenen gevaarten en dan de hoogst onzekere toestand. Wij hebben van allerlei te doen, en kunnen niet besluiten ons te ‘vestigen’. Zoodra ik een vaster adres heb, schrijf ik je nader en beter; nu gaat alles tusschen de bezoekjes, boodschappen enz. door. Schrijf jij me maar gauw een uitvoerig rapport, over jezelf, de vrienden, Indië. Denk niet dat mijn belangstelling ook maar even verminderd is; ik heb al veel over jullie gepraat met de massen en zussen6210 hier, jullie foto's laten zien. Alleen de tijd ontbreekt me vooreerst. - Wil je aan Gondo of Tjitjih schrijven, dat de laatste hfdstn. van de roman6211 gister gearriveerd zijn. Men wil fragmenten eruit voor Werk6212; ik heb gezegd dat ze Tj. zelf moesten schrijven om het 2e ex. v/h ms., want het ex. dat ik heb, wil ik nu geven aan Annie Romein. Stuur je de foto's v. Priok?6213 - liefst wat vergroot! Heel veel hartelijks voor jullie allen van ons 2, een hand van je

Eddy.

6210Populaire Indische uitdrukking voor getrouwde mannen en vrouwen.
6211Buiten het gareel.
6212Geen fragmenten in Werk.
6213Zie E. du Perron, Schrijversprentenboek 13, 's-Gravenhage 1969, p. 43, nr. 113, voor één van de bedoelde foto's.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie