E. du Perron
aan
D. de Vries

Buitenzorg, 5 juli 1939

B. zorg, 5 Juli
's av.

Beste De Vries,

Kom Zondag bij ons lunchen. Dan kan je daarvoor of daarna (!) in den Plantentuin met dien anderen kennis wandelen. Als je me even vooruit schrijft, wanneer je komt, zorg ik natuurlijk dat ik thuis ben.

Dank voor de inlichtingen en het stukje uit Bleeker.6146 Neen, van v. Hoëvell interesseert mij eig. alleen de datum van Een Dorp en een Berg.6147 Doe dus geen verdere moeite, in dat opzicht.

Het portret v. Duym. v.T. zal ik met vreugde en ‘voor alle zekerheid’ graag opbergen. Overigens heeft mevr. de Loos ja gezegd, wat betreft de uitgave van al die G.G.'s bij Nix; dus met de anderen heb ik nu geen haast meer! Schreef ik je dat nog niet? Dan hoorde ik het een uur na je geschreven te hebben.

Dank voor alles weer en tot ziens!

EduP.

6146De officier van gezondheid Pieter Bleeker (1819-1878) was secretaris van het Bataviaasch Genootschap; hij publiceerde veel over tropische vissen en ook een reisverslag Reis door de Minahassa en den Molukschen archipel (...). Batavia 1856, 2 delen. Zie ook DP, ‘Oude Indische tijdschriften’ en ‘J.F.G. Brumund’ in Vw 7, resp. p. 86-89 en p. 299.
6147Dit verhaal met een Saïdjah en Adinda-motief verscheen oorspronkelijk in De gids 8 (1855) 10 (oktober), p. 468-469; opgenomen in W.R. van Hoëvell, Uit het Indische leven. Zaltbommel 1860, p. 158-188. Vgl. Vw 7, p. 261; zie ook De man van Lebak, p. 327, voetnoot (Vw 4, p. 433).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie