E. du Perron
aan
J. Greshoff

Bandoeng, 6 maart 1939

Bandoeng, 6 Maart 1939.

 

Beste Jan,

Dank voor je briefkaart. Ik kom ook niet tot schrijven, door allerlei drukte. Mijn Van Hogendorp-verhaal heb ik moeten afbreken, omdat mij gebleken is, dat het Rijksarchief in Den Haag een hoop en uiterst interessante brieven en rapporten over deze familie (en Dirk) bezit. Ik kan niet op mijn duim zuigen, terwijl zóó'n schat van gegevens daar ligt. Ik zal dus eerst met dit verhaal doorgaan als ik dat alles doorgekeken heb.

Dit verandert een beetje onze plannen. Kijk zoo (altijd als Hitler of een andere gek niet Europa in brand steekt).

Ik ga nu werken aan mijn 2e deel Indische belletrie. Als dat ± klaar is, kunnen we weg. Dus bv. in Juli. Zijn we dan in Aug. in Holland, dan kan ik bv. in September die Hogendorp-papieren beginnen te onderzoeken. Misschien is mijn boek dan in December klaar, althans op een oor na gevild, en kan Gr. Ned. in Januari ermee beginnen. Houd dit open tot zoolang. Iets anders nemen kan je altijd nog.

Nu even andere zaken.

1.Het ms. Daum moet je naar Nieuwenhuys terugsturen (Soenarioweg 11a, Semarang-Java). Niet zijn stuk natuurlijk, maar de bloemlezing. De foto's óók - tenzij je die reproduceeren wilt.
2.Die revisie van mijn Van Haren-verhaal, waar ik wel 5 × om geschreven heb, heb ik nog altijd niet ontvangen. Leopold van zijn kant vroeg de 1e helft van het ms. Ik heb hem dat nu eindelijk moeten zenden, met alle veranderingen erop, die ik nog aangebracht heb; en die zijn rijkelijk veel. En nu heb ik geen copy waarop ik al die veranderingen heb kunnen overnemen, dus als er oorlog komt of dat eene ex. door een andere reden wegraakt, dan kan ik alles overbeginnen; wat praktisch niet kan! In zooverre zou die H. & W. mij dus een loer hebben gedraaid. Waarom hebben die wezens niet even zoo'n revisie gestuurd, denk je? Om te pesten?
3.Op Atie's brief over Gille viel niet veel te antwoorden, behalve dat eene punt van voogdschap. Daar is geen haast mee. Blijkbaar laat mijn schoonzuster5946 tegenwoordig de rekening direct (compleet?) naar haar bank sturen. Als we in Europa terugzijn, zal ik haar vragen voogdes te zijn. Ik moet me toch persoonlijk met Gille gaan bezighouden, zóó gaat het niet, als het nog jaren duurt. Als we b.v. naar Z. Afr. gaan, neem ik hem mee daarheen.
4.Wat ben je toch geheimzinnig over dat 2e uitvoerige stuk dat over Daum in G.N. komt! Waarom schreef je er niet even bij van wie? Dat zou ik zonder verdere bedenking hebben gedaan. Mij kan 't niet schelen, maar Nieuwenhuys is er erg benieuwd naar. (Misschien schreef je 't intusschen al.)
5.Ik las van Van Eckeren nu 3 stukken: over Jany - dat vond ik onnoozele napraterij -; over Bierens de Haan - dat vond ik uiterst ‘neutraal’; over Bordewijk5947 - dat vond ik genietbaar, tòt die opsomming van saillante punten, die mij totaal onjuist lijkt (behalve pedanterig). Maar jullie zullen wel gelijk hebben en ik ongelijk. Ik heb dat geschrijf van V.E. altijd nogal ouwehoerig gevonden, en toen het in D.G.W. gebeurde heb jij er je ook weleens zoo over uitgelaten. Nu schijnt dat dan verbeterd te zijn.
6.Naar je gedichten zie ik dus verlangende uit. Wesenhagen houdt angstig je Rebuten vast, en je gedichten ook. Maar hij zal er niet veel aan hebben, want de brave schijnt erg graag N.S.B. er te willen worden en wordt geweerd, zegt men, om zijn surinaamsche bloed. Hij heeft overigens een duitsche moeder en is, zonder het te weten, idioot produitsch. Bejubeling van de nazi's op ‘objectieve’ wijze!
7.Dat Binnerts erg schrok van je verdenking, schreef ik, meen ik, al. Als je zijn stukken5948 ‘lullig’ vond, zou hij er niets tegen hebben, zei hij, maar dat je hem nu direct van antisemitisme en ennesbejigheid verdacht, heeft hij zich bepaald aangetrokken. Hij vond jou zoo'n heerlijke vent! En nu voelt hij zich ‘beleedigd’. (On le serait à moins.)
8.Rob. de Roos watertandt wel de richting van Amerika uit, maar durft niet te gaan.

Met ons gaat het vrij goed. We zullen tòch blij zijn als we van hier vertrekken. Misschien - wie weet? - komt er toch géén oorlog. Of een oorlog die in no time lijdt tot verplettering van het Hitler-spul, met vliegmachines en al. Wie kan daar iets van zeggen? - En anders, dan moeten we maar de aardbodem af, tant pis!

Het beste met de pakkerij! Ik schrijf verder ook niet veel, tot jij weer rustig zit, daarginds onder de schaduw van den Tafelberg. Zooals het nu gaat, is het voor ons ook onrustig.

Veel hartelijks van ons voor jullie, steeds je

E.

 

P.S. De Muze v. Jan Comp. zal je nu ontvangen hebben. Ik zond een apart ex. voor Dubois. Van Mult. 2e pleidooi heb ik niets van je gehoord. Laat met een paar woorden weten of je De Muze nogal gezellig vond of niet.

Waarom zie ik niets meer van het Holl. Weekblad?5949 Heb je die 3 stukken van mij over oude stenen nog geplaatst? Anders alsjeblieft terug.

5946Erna van Polanen Petel-Britt.
5947 Gerard van Eckeren besprak in zijn rubriek ‘Nederlandsch proza’ vervolgens Het rijk van den geest door J.D. Bierens de Haan en Karakter door F. Bordewijk (GN 37 (1939) 2 (februari), p. 197-203 en 3 (maart), p. 290-295).
5948C. Binnerts had aan Greshoff artikelen gestuurd voor Groot-Nederland, die werden geweigerd.
5949‘Heb t/m geplaatst’ met rood potlood onderstreept.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie