E. du Perron
aan
S. Vestdijk

Bandoeng, 3 december 1938

Bandoeng, 3 Dec. 1938.

 

Beste Simon,

Dank voor je beide brieven, waarvan ik de eerste in 't ziekenhuis kreeg op te peuzelen. Het spreekt vanzelf dat ik erg benieuwd ben naar Lier en Lancet - een uitstekende titel, een van je beste! - en je heel hartelijk dank voor de opdracht. Doe je er ook dat vreemdverdwenen artikel in over Het Land van Herkomst?5711 Gegeven de opdracht zou dat wel toepasselijk zijn, en gegeven de strijd die ik juist op dit oogenblik hier lever tegen het ergste koloniale schorriemorrie - de alomgevreesde Zentgraaff van de Java-Bode, die overigens al verbluft schijnt te zijn van de striemen die ik hem toediende, maar die zich met de uiterste ploertigheid van Het L.v.H. bedient om mij ‘aan de kaak te stellen’, een ‘obscene viezik’, een ‘exhibitionist’ die ook ‘zijn ouders uitkleedt’, enz. - kortom, alles wat je zelf bedenken kunt als je dit boek zoo wilt aanpakken! - gegeven dat alles, zou het mij dubbel plezier doen als die bespreking er ook in stond. Maar gaat dat niet, dan ook goed! Je opdracht is mij meer waard dan deze oorlogsmanoeuvre.

Mijn Van Haren-verhaal zal je, vrees ik, tegenvallen. Tenminste, wanneer je èrg naar duisternissen en grimmigheden hebt uitgezien. Ik heb het geval nogal ‘normaal’ behandeld en de kleuren eig. vrij licht gehouden. Dat kwam ook wel goed overeen met den titel, die ik nl. zóó bedoeld heb: ‘ziehier wat Holland aan schandaal weet op te leveren; Italië bijv. - de Cenci's5712 - deden het ànders!’ Maar het verschil tussen Willem en Onno heb ik, geloof ik, natuurlijkweg wel goed aangegeven. Het grappige is: dat dit heele verhaal mij te pakken heeft gekregen, terwijl ik 't aanvankelijk alleen zag als inleiding tot de historie van Dirk van Hogendorp - die in dit verhaal nu alleen maar geboren wordt. En van broers gesproken: er is hetzelfde verschil tusschen Dirk en Gijsbert Karel van Hogendorp als tusschen Willem en Onno van Haren. Gijsbert Karel is Onno, met dezelfde beheersching, maar zonder het ongeluk (het ‘onzekere’) dat hem uit de lijn van zijn eigen leven smijt; Dirk is spontaner en driftiger, als Willem, maar met heel wat meer pit en genialiteit, wat dan òf van pa òf toch van grootpa Onno komt. Ik ben benieuwd naar je oordeel. Greshoff is er zeer over te spreken, maar dit kan een veeg teeken zijn t.o.v. ons, als ik aan zijn dolle liefde voor Greco denk! Hoe dan ook, schrijf me precies wat je vindt, want ik heb een beroerde opinie van je te goed, voor 't evenwicht op deze aarde.

Ik las met plezier en zeer geboeid De Spaansche Tragedie van Jef Last, dat ik verreweg zijn beste boek vind, niet alleen zijn echtste, maar ook zijn best geschrevene (hoewel 't krioelt van de slordigheden en drukfouten).

Met de necrologieën vrees ik dat ik je niet kan helpen.5713 Ten 1e vind ik het ‘idee’ bepaald onaangenaam; ten 2o beschik ik hier in Indië niet over het noodige materiaal om het goed te doen. - Over Dichterschap en Werkelijkheid daarentegen, waarvoor dank, hoop ik je spoedig een dragelijk artikel te sturen. Buitengewoon goed voel ik me nog steeds niet, en vooral, een reisje ‘ter herstelling’, dat Bep en ik gedaan hebben, is hopeloos mislukt, vanwege het rotklimaat dat op 't oogenblik hier overal heerscht. Het regent nu dagelijks en ik ben overal door wind en kilte gepest en heb op die ‘reis’ zelfs nog 3 dagen in 't ziekenhuis in Buitenzorg moeten liggen om wat uit te rusten. Bestraling met hoogtezon en diathermie hebben me ‘gered’, geloof ik; anders had ik misschien nog een ongezouten herhaling gehad.

Ik loop nu zoo'n beetje rond door Bandoeng als 't warm is, en vecht tegen Zentgraaff. Ik heb zelfs, zonder het te willen, een heele rel tegen hem ontketend; iets ongelooflijks, dat je later misschien nog eens in een dossier zien zult. Op het oogenblik hebben al een 10 à 12 menschen aan het gevecht deelgenomen, tot in de advertentieblaadjes toe. Volkomen onbekenden werpen zich in den strijd om te getuigen dat ze 't L.v.H. bewonderenswaardig vinden en dat Z. toch altijd een notore ploert was. (Het wordt niet altijd opgenomen!) In groote lijnen is de kleine pers pro du P., de groote pro Z., dwz. zoogenaamd, want in werkelijkheid haten ze deze terreur als de pest. Maar het vak van indisch journalist ‘verbindt’, en mij dragen ze ook niet in 't hart. Maar ieder pak ransel dat de oude krijgt, wekt groote vreugde onder zijn ‘vrienden’.

Het is maar goed dat ik alweer herstellende was toen je over mijn ziekte hoorde; anders had je mijn necrologie misschien ook uitbesteed of zelf geschreven. Ik griezel ervan! wat je zegt van die rust, is in principe zeer juist, maar voor mij is 't niet opgegaan door die Z.-affaire. Zijn eerste ploertenstuk over 't L.v.H. stond nl. in de krant toen ik 2 dagen in 't nonnetjeshospitaal lag, zoodat ik al dat moois eerst zag (dat + eenige verdedigingen) toen ik ‘hersteld’ heette. Daar die verdedigingen mij onvoldoend leken, dwz. te weinig tegenaanval, heb ik die zelf moeten leveren, zoodra ik een pen kon vasthouden, en terwijl ik om de haverklap nog in een zweetbad lag. En zoo ben ik niet aan 't ‘ordenen’ van allerlei ideeën kunnen gaan zooals ik me zelf had voorgesteld dat ik 't doen zou. Maar ik betreur niets: want deze terreur terug te kastijden werkt hier zoo zuiverend op de heele atmosfeer, dat het de moeite volstrekt loont. Het enthousiasme van allerlei menschen, die me brieven schreven, kan je je in Holland niet voorstellen; daarvoor moet je deze indische terreurs van revolverjournalisten kennen.

 

Tot zoover. Later meer en over wat anders. Schrijf weer eens. Hartelijke groeten ook van Bep en geloof me steeds je

E.

5711S. Vestdijk, Lier en lancet, Essays over Emily Dickinson (enz). Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar 1939, p. 381-404. De opdracht luidt: ‘Voor E. du Perron’. Het voorlaatste essay ‘E. du Perron's groote anti-roman’ is gedateerd 1935 (vgl. 2534 n 3). DP besprak deze bundel in BN van 11 november 1939 (av.) (Vw 6, p. 432-435).
5712Stendhal schreef over deze Romeinse familie “Les Cenci” in zijn Chroniques italiennes (1839), dat DP onlangs gelezen had, zie zijn lectuurlijst in Bw TB-DP 4, p. 436. Francesco Cenci (1549-1598) werd door zijn dochter Beatrice (1577-1599) met behulp van zijn tweede vrouw en zijn stiefzoon vermoord.
5713Vestdijk was redacteur kunst en letteren van de Nieuwe Rotterdamsche courant (1938-1939). Zie voor verloop en omstandigheden J.H.W. Veenstra, ‘Vestdijk als journalist’, in Vestdijkkroniek 37 (december 1982), p. 1-33.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie