E. du Perron
aan
P.J. Koets

Bandoeng, 15 november 1938

Bandoeng, Dinsdagmorgen.

 

Beste P.J.,5664

Nog één wijziginkje moet ik je schrijven, voor we eindelijk van hier gaan. In die laatste zin5665 schreef ik: ‘heft soms een spiegel’. Wat een aanstellerij! Wil je daar gewoon van maken: ‘houdt’? Dank! Ik ga werkelijk gerust weg, nu ik weet dat jij dit karweitje voor me opknapt. Het is heusch onze schuld niet; wij zijn 3 dagen later gegaan en nog is die Chinees niet klaar, en Koch schijnt moreele bezwaren te hebben om hem boetes op te leggen - het eenige systeem dat helpt, bij deze heeren. Zoo zijn wij nu, wij democraten!

Bep is verrukt dat wij eindelijk van hier komen; ik ook. Ik hoop als een minder verzakt stuk mensch terug te komen. Hartelijke groeten, ook van Bep en aan Adri, gaarne je

EduP.

 

P.S. Zie je zelf nog fouten, verbeter die gerust. Ik was nogal suf, gisteravond.

5664P.J. Koets (1901-1995), in 1938 waarnemend rector van het gouvernements lyceum te Bandoeng. Koets had van 1920 tot 1926 in Utrecht klassieke talen gestudeerd en was in 1929 gepromoveerd, waarna hij naar Nederlands-Indië vertrok. Hij had tot in 1939 verschillende leraarsbanen. In 1939 werd hij ambtenaar aan het departement van Onderwijs en Eeredienst te Batavia. De oorlog bracht Koets door in Japanse krijgsgevangenschap, onder andere aan de Birma-spoorweg. Na zijn terugkeer in Nederlands-Indië was Koets eerst hoofd van het departement van Onderwijs en Eeredienst en vanaf 1946 directeur van het Kabinet van de gouverneur-generaal. Na zijn repatriëring in 1950 was Koets van 1951 tot en met 1961 hoofdredacteur van Het parool en van 1962 tot en met 1970 wethouder van Amsterdam.
5665Van zijn ‘Naschrift’ bij ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan ...’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie