E. du Perron
aan
F.R.J. Verhoeven

Bandoeng, 27 september 1938

Bandoeng, 27 Sept. '38.

 

Beste Bob,

Had ons maar wakker geschreeuwd! Het spijt me dat ik je niet meer zag, terwijl Ellen toch vertelde dat jullie het heele huis door-geloopen zijn. Ik had nog eenige hoop je Zondag te zullen zien bij Bep op de thee, na terugkeer uit B. zorg. Maar neen.

Ellen gaf me Van Hoëvell, waarvoor dank.5590 De geteekende briefkaart is naar 't B.G.

Hoe staat het met je plannen betreffende Van Hoëvell, Van Beuseghem en het kaartje van Lebak.5591 Dit kaartje moet je zóó houden dat wat anders de W. kant is, Noord wordt - dus op z'n kant leggen.

Over een paar dagen krijg je Mult. II. Nu is het wachten weer op linnen voor de banden en ook het dubbelportret moet beter worden gereproduceerd. ‘Officieel’ is 't boek trouwens pas over 3 weken uit, denk ik, want er wordt op antwoord gewacht van Templum Salomonis die òf medeuitgever òf alleen maar agent wordt.

Het nieuwe tijdschrift is in theorie ‘gemaakt’. Maar nu het geld! Ik zelf zal niets gelooven van de realisatie, vooraleer Koperberg me de contanten heeft laten zien en betasten. Ik vertel je daar dus maar niets van, omdat het nu al moeite genoeg gekost heeft voor iets wat misschien nooit meer dan een windei zal zijn. Als we elkaar zien, vertel ik je er wel wat van.

Verder geen nieuws. En dat terwijl in Europa op ditzelfde moment de algemeene moordgeneugten begonnen kunnen zijn.

Tot nader. Hart. gr. van je

E.

5590W.R. van Hoëvell, Reis over Java, Madura en Bali in het midden van 1847. Amsterdam 1849-1854. 2 dln.
5591Vgl. F.R.J. Verhoeven, ‘De vier “officieele” geschiedschrijvers van Nederlandsch-Indië: De Serière, Meylan, Van Beusechem en Van Hoëvell’. In De fakkel 1 (1940-1941) 2 (december 1940), p. 116-131.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie