E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Batavia, 5 mei 1938

Batavia, 5 Mei 1938

 

Beste Freddy,

Ook dit is een voorloopig schrijven, in de eerste plaats om je hartelijk te danken - en Sjeu ook! - voor alle moeite die jullie je gaven. Dat ik zoo vlug antwoord heeft 2 redenen: 1o dat ik nog steeds suf en idioot ben van de hoofdpijnen (sinds ik terugkwam van Sitoe Goenoeng had ik die onmiddellijk terug, en voor zoover ik werken kan op 't Archief, werk ik als een slaapwandelaar), 2o dat je de geratste conterfeitsels zoo spoedig mogelijk terug moet hebben natuurlijk.

Stapel stuurde me foto's van Dirk van Hogendorp. Alleraardigst van hem. Zoodra ik tot een behoorlijken brief in staat ben, zal ik ook hem schrijven. Misschien volgende week.

De brochure van I.J. Brugmans heb ik zooeven voor je besteld.5361 Ik denk dat ik die morgen heb en daar gaat ze morgen gelijk hiermee of ièts later. Van de Wall blijft onvindbaar.

Met dat portret van Multatuli-met-sik zit ik nu in; misschien is het beter die pagina's (die ik erover schreef) te schrappen. ‘Dans le doute, abstiens-toi’.

De zaak zit ongeveer zoo. Gedurende zijn europeesch verlof, dus tusschen 1853 en 1855, op reis zijnde in Duitschland (om te spelen!) liet Mult. een daguerrotype van zich maken op glas, - dat gebeurde toen op glas. Hij zond het naar Tine en het kwam gebroken aan. (Zoo vertelt Mimi.) Naar dat gebroken portret moet Overman, in 1887, zijn teekening gemaakt hebben. (Mimi denkt dat die ‘misteekende schouder’ te wijten is aan het gebroken origineel, maar dit lijkt mij leekenpraat van jewelste.) - Hoe dan ook, er is maar sprake van één portret, en dat was dus in bezit van Overman. Bij ontbreken van dat portret, wordt Overman's teekening het origineel. Tot zoover gaat alles goed. Maar nu: waar komt die reproductie van het Mult.-museum vandaan?

Tot nu toe had ik gedacht dat ook dàt een foto was - expres te donker afgedrukt, of anders opgewerkt - naar de teekening van Over-man. Nu ik de reproducties vergelijken kan, lijkt dit mij onmogelijk. Er zijn details in die reprod. v/h Mult.-museum die haast niet kùnnen komen van het conterfeitsel door Overman. De hand is veel duidelijker; het gezicht is gekreukter, maar de neus lijkt meer op die van Mult. op andere portretten, terwijl Overman die neus een beetje ‘verbeterd’ schijnt te hebben. Hoe dan ook, wat ik tot dusver heb aangezien voor vervalscht portret, kan ik niet meer afdoen op grond dat het een vervalsching van Overman moet zijn. Misschien heeft het Mult.-museum inderdaad beschikt over een teruggevonden cliché, of de gebroken daguerrotype laten clicheeren, en is die groote afdruk daarvan, - dus een parallel van Overman.

Het lijkt mij een onmogelijk werk, dit van hieruit te onderzoeken. Allereerst moet men nu weten: wie heeft die groote reproductie gemaakt of laten maken voor 't Mult.-museum, en waarnaar? Vermdl. weet de conservator v/h M.m. daar ook niets van, en is dit ‘van lang vóór zijn tijd’ of zoo. Het is treurig. Als er een origineel bestaat, zou men dat moeten zien, inderdaad, en vaststellen of de groote reproductie daarvan een trouwe weergave is of niet. Ik kan mij niet voorstellen dat Mult., die er later altijd 10 jaar jonger uitzag dan zijn leeftijd, tusschen zijn 33e en 35e er 10 jaar ouder uitzag.

Ik zal mijn hfdst. hierover schrappen (tenzij Sjeu of jij mij hierover nog nader kan inlichten) en deze portretten dan ook maar niet reproduceeren. Natuurlijk zend ik je een ex., - en ook van mijn Sprookje van de Misdaad, dat bij Kolff verschijnt. Vmdl. ben ik van Querido definitief af Hij is ‘ontstemd’ en ik niet minder.

Beste kerel, nogmaals véél dank en zeker tot gauw. Zoodra ik weer een beetje mensch ben, schrijf ik. Dank je lieve moeder heel hartelijk voor 't overtypen. Je broer hoop ik den 10en, dus over 4 dagen hier te zien; daarna schrijf ik je dan ook over die ontmoeting.

Dat herdenkingsnr. v. Mult. v/d Dageraad 1887 kèn ik. Het Bat. Gen. heeft het; maar ook daaruit was het portret gegapt.

Een hartelijke hand van je

E.

 

Veel groeten aan Rudie van ons 2, voor jou nat. ook van Bep.

 

P.S. Geef me precies op, welke Bat. Nwsbln. je hebt (de juiste data).* Ik stuur je daarna alles wat er aan je collectie ontbreekt.

5361I.J. Brugmans, ‘De verbreiding van de Nederlandsche taal in Indië’. In Koloniale studiën 21 (1937) 1 (januari-februari), p. 42-62. Een brochure is niet teruggevonden (vgl. ook 3468 en 3476).
*(niet mijn nummering, die weet ik niet meer!)
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie