E. du Perron
aan
J. Greshoff

Garoet, 12 december 1937

Garoet, 12 Dec. '37.

 

Beste Jan,

Dank voor je hartelijke brief. Eig. zelfs voor 2 brieven, die ik dezer dagen kreeg en die me veel ‘deugd’ deden, want ik lag met koorts te bed. De serie is nl. nog niet uit: na de kuur en de negenoog-krater kreeg ik harde koorts, was voortdurend misselijk, enz. - dit alles 5 à 6 dagen lang. Wat het was, wist de dokter niet uit te maken: een specialiteit van Garoet, volgens hem. Maar 't kan natuurlijk best in verband staan met mijn lever, dus ik vrees dat ik nog zoo gauw niet van dit gedonder af ben. We gaan over 4 dagen van hier, als 't kan - gisteravond had ik nog koorts - en gaan dan bij mijn schoonzuster in Bandoeng logeeren, waar ik bij den een of anderen specialist mijn lever moet laten fotografeeren. Ik hoop dat het géén operatie wordt! Punctuaties zijn al ellendig genoeg. Loopt alles nogal mee, dan gaan we spoedig door naar Batavia, waar 't hoog tijd wordt een onderdak te vinden. Ik voel me gewoon uitgewrongen, en hoop dat ik iets beter zal zijn als die bataviasche historie begint; maar dat valt misschien nog wel mee. Vanuit Bat. schrijf ik je wel weer.

Het is met jou ook allesbehalve prettig geweest, arme man. Moge Londen je opknappen. Maar de zaak is: je zou niet een week of 10 dagen, maar een jaar complete vakantie moeten hebben! Kan dàt niet gearrangeerd worden, door den een of anderen bewonderaar van G.N.? Als je in Indië zou komen, zou ik 't misschien voor je kunnen bolwerken, zooiets. Maar hoe kom je hier? Ik weet niet eens meer hoe ik naar Europa terugkom.

Tenzij dan door de N.R.C. Als ik dat kreeg, ging ik dadelijk. Ik schreef Menno er al over.5120 Mijn daggeldersschap op 't Archief ver-oorlooft mij met den dag weg te gaan. Gister heb ik bovendien nog geschreven op een advertentie van een ‘groote uitgeverij’ die een ‘journalist’ vraagt, en ‘hoog salaris’ belooft. Benieuwd wat dat zijn zal, maar vmdl. is het kul. Zal wel geen asem erlangen. Kunnen Menno en/of jij moeite voor me doen bij de N.R.C.,5121 graag. Vroeger of later moet ik toch terug naar Holland, en ofschoon ik - om 100 dingen - het liefst nog een jaar in Indië zou willen zitten, en dan speciaal in Batavia, is dit naturlijk een kans die je niet kunt laten ontsnappen. Willen ze 't met me probeeren, dan vertrek ik dus per keerende boot.

Dat stuk van me over je verzen zal ik Ritman vragen je (nog eens) te zenden.5122 Ik ben blij dat het je trof; in ieder geval is het tot in iedere nuance oprecht gemeend; ik geloof dat er niet het minste leugentje in staat. Mijn goede vriend Dr. L.F. Jansen te Batavia (iemand die al alles van me had voor ik in Indië kwam) noemde het een ‘mooi gesteld, warm stuk’ en ‘men’ heeft het in Batavia met belangstelling gelezen; terwijl je 3e druk ook hier bij den boekhandel best gaat. Dat je druk geciteerd wordt, ook door inheemsche jongelieden, schreef ik je al. In het Bat. Nwsbl. heeft mijn collega-literaire-medewerkster, mevr. E(lsje) M(eyer) B(rouwer), een lang niet onintelligente plantersvrouw, je complete gedicht over ‘der Vlamen heil'ge taalstrijd’ en ‘Hitler’ geciteerd, in verweer tegen een voor dien strijd pleitenden Vlaam. Aan Jansen heb ik een ex. van je Gedichten gegeven, waar hij nu zijn nonna-vriendinnetje ijverig uit voorleest. Wat wil je meer?

Je stuk over Daudet5123 was best, een van je èrge goede stukken. Het speet me oprecht, toen ik het las, dat die hansworst dàt nu niet in het fransch bij zijn ontbijt voorgezet heeft kunnen krijgen. Hèb je intusschen dat fraaie boek van hem over Hugo nog? Zoo ja, zend het me dan; ik zou het graag eens besnuffelen. (Niet koopen als je 't al wegdeed!)

Gr. Ned. van Nov. was niet al te best.5124 Die 3 herdenkingsartikelen vrij saai: Stuiveling nogal goed, Van Os (wie is dat?) een compleet schoolopstel; Thelen over dien Spaan, nu ja, soit. Vertaalde verzen door Binnendijk en H. de Vries, in de beste traditie van de Nwe Gids.-décadence, die van B. bovendien stijf en beroerd (als dat piratenlied van Bert Brecht hem trouw weergeeft is het een zak-met-wind naast Slauerhoff!), die van De Vries zoo absoluut De Vries geworden dat het... nu ja, zul je zeggen, dan is het toch net echt. Ik heb tòch liever echt dan net echt. De kritische aanteekeningen, op mijn stuk over Coolen na, uiterst onbeduidend. 't Art. van den reus Veth over 't boerenboek aller-pra-hàchtigs! je ziet: de specialisten kunnen het ook niet. De ‘geniale’ Anne de Vries en zoo: of is dit een eerste lijntje om hem later af te zetten? Maar in alle ernst: ik vind dat je met den nieuwen jaargang die rubriek òf moet afschaffen òf geregeld instellen, en in dat geval, waar zóó weinig boeken besproken worden, uiterst streng schiften tusschen de boeken die besproken worden en de besprekers. Hiervoor kan je niet verantwoorden dat je de arme Eva Raedt ‘het brood uit den mond gestooten’ hebt.

Over Multatuli wil ik 't volgende met je afspreken: ik wacht tot alle Noordenbossen, Bunings of andere prolurken van de Telegraaf, de Kadten en eventueele verdere marxistische Saks-beschermers hun woordje gezegd zullen hebben. Stuur me alles op, ik verzamel dat gedaas, en vat alle argumentatie dan samen in mijn wederwoord. Dat wou ik, zooals ik je schreef, in dialoogvorm doen. Misschien pas in April of zoo, dus wacht daar kalm op. Ik hoop alleen één ding: als Saks je nu schrijft dat hij verder kwijlen moet, zeg hem dan dat Gr. Ned. hem geplaatst heeft omderwille van Coenen, dat de tegen-woordige redactie zijn vizie op Multatuli allerminst deelt, enz. In Godsnaam, doe me niet aan dat deze zoo beschermde man in Gr. Ned. nogmaals aan 't woord komt. Je zult Menno's stukken gelezen hebben, geschreven nadat Menno het heele boek v. Saks bestudeerd had. Als je eenig vertrouwen in Menno en mij hebt, of ook maar éven ons oordeel bijvalt, is er maar één houding mogelijk: wààr Saks ook schitteren mag, uit het tegenwoordige Gr. Ned. verdient hij alleen maar geschopt te worden. In ieder geval waarschuw ik je loyaal en ‘sine ira’ dat ik, bij een nieuw Saks-leuterstuk in G.N. over Multatuli, mij gewoon beschouwen zal als door de redactie van Gr. Ned. uit dat blad gedrongen. Ik zou er niets op tegen hebben, als je mij op dat stuk weer liet antwoorden! Maar je voelt dat dat niet gaat: het zou al te veel Multatuli-en-geen-end zijn voor het tijdschrift zelf. Alzoo, laat Saks leuteren waar hij thuishoort: in Het Volk. Jouw stuk over Daudet geeft precies aan welke walging deze z.g. objectieve ‘wijze’ = ras-rot-Hollander en kleine socialistische peuterhannes mij inboezemt. De manier is anders, maar de man staat net zoo walgelijk tegenover een Multatuli als Daudet tegenover Hugo. Trouwens, Menno's stuk is in dit opzicht, waar 't met zooveel tact geschreven is, duidelijk genoeg.

Ik zou ook jouw opinie willen hebben, langzamerhand, over mijn boek. En over dat van Saks, als je 't nog lezen gaat. Ik, arme, ontving hier helaas noch mijn eigen boek noch Saks, tot dusver! - en alle pers-menschen hebben mijn boek van Q. al! Sneu voor iemand die, met koorts in bed, nu juist net goed was om zichzelf over te lezen of krabbeltjes te zetten bij Saks. Enfin... Van Jan v. Nijlen kreeg ik een aardige briefkaart, met belofte van kritiek zoodra hij 't boek gelezen zou hebben. Menno zegt dat Noordenbos bot is, maar is de man niet, doodgewoon, socialist? Het gaat dan niet meer alleen pro of contra Mult., maar bovendien pro of contra Saks (en pro of contra du P.!). Henny schreef mij met veel warmte. Van Jany verwacht ik ook bericht. Wat voèl je de afstand, in zulke dingen!

Wat je me van Varangot vertelt is zeer fraai. Nog iemand in wien ik me niet heb vergist. 't Is tòch zonde en jammer dat Truida totaal bemorst wordt door deze modderpaling.5125

Ik ben erg benieuwd om die opgewerkte brief van mij als laatste Rebuut!5126 En 't doet me echt plezier dat je er zoo'n mooi gebruik van hebt weten te maken: dàt is vriendschap. Het heele boekje wil ik trouwens herlezen en bespreken in 't B.N.,5127 al was 't maar in één kolom. (Het is vervelend dat mijn stukken om de 14 dagen verschijnen en niet om de week.) - Ik geloof dat ik nu wel op alles heb geantwoord, en nieuwe berichten kan ik je eig. pas sturen als Batavia begonnen is. Tot zoolang dus, en het beste in Londen! Veel hartelijks van ons 2 voor jullie allen, steeds je

E.

 

P.S. - Behalve E poi muori heb je nog maar weinig van me: 2 stukken over indische boeken en het laatste restje Blocnote. In 't allerlaatste daarvan - over Robbers - kan je, wat mij betreft, de persoonlijke argumenten tegen hem laten vervallen, nu hij dood is. Maar houd wèl de ‘algemeene strekking’ gaaf! Ik wou dat je àl deze dingen nu gauw opruimde, dan heb ik 't gevoel met een schoone lei te kunnen beginnen. Vooral dat E poi zou ik nu wel uiterlijk Februari '38 erin willen zien staan. Kan dat niet? Ik bied je nu, behalve het stuk nr. aanl. v. Saks en misschien dat essay over autobiografie, ook maar niets meer aan tot ik weet dat je me ‘opgeruimd’ hebt en weer plaats hebt. Goed? - Ik schrijf dit heusch niet om je te vervelen, maar omdat ik zelf schoon genoeg van al die rommel heb en er zoo gauw mogelijk mee wil hebben afgedaan.

5120In het P.S. van 3366 (1045): ‘Iets anders, ernstigers: de mogelijkheid Vic van Vriesland te vervangen aan de N.R.C. Ik doe dat werk van hem vmdl. 3 × zoo vlug, en ± even goed. Ben bereid.’ (Bw TB-DP 4, p. 218).
5121Vgl. Ter Braak op 9 december 1937 aan DP (Bw TB-DP 4, p. 214): ‘[...] per 1 Jan. gaat Vic weg van de N.R.C. Nu heb ik bij Swart, de hoofdredacteur, geheel vrijblijvend natuurlijk, geinformeerd, of jij, gesteld dat je solliciteerde, in aanmerking zou komen.’
5122‘Een mensch van wien men houdt’.
5123‘Daudet over Victor Hugo’.
5124In GN 35 (1937) 12 (november), p. 485-640 waren ondermeer de volgende bijdragen opgenomen: ‘Aantekeningen bij drie jubilea’ (G. Stuiveling, ‘Vondel tusschen gezag en vrijheid’, C.H. van Os, ‘Tusschen de schaduwen’ en A.V. Thelen, ‘Teixeira de Pascoaes’; p. 485-497, 498-511 en 512-521); D.A.M. Binnendijk, ‘Vertaalde gedichten (p. 522-528 met op p. 526-528 ‘Ballade der zeerovers’ van B. Brecht); H. de Vries, ‘Poëzie der romantiek’ (p. 544-553) en in de rubriek ‘Kritische aantekeningen’ DP over A. Coolen, De drie gebroeders (p. 628-631); B.M.V. over Groot-Nederlands boerenboek. Onder red. van A. de Vries. Nijkerk 1936 (p. 635-637); en besprekingen van boeken als Shi Nai An, De roovers van het Liang Schan Moer, en H. Simpson, De tragische liefde van Sophie-Dorothea.
5125Zie de brief van Ter Braak aan DP van 2 december 1937 waarin Ter Braak schrijft: ‘Ik word hier door de geestelijke amoeben van den heer Varangot verpest, die probeert tusschen Greshoff en mij te intrigeeren, hetgeen hem niet zal lukken.’ (Bw TB-DP 4, p. 212).
5126Greshoff heeft de alinea uit DP's brief van 17 september 1937 (3282) die begint met de woorden ‘We hebben dan in onze middag-uren ...’, bewerkt opgenomen in het hfdst. ‘Aan Albedil (Tot besluit)’ van Rebuten, (Onbestelde brieven) (Amsterdam 1937; niet in de 1e dr.), p. 258-259.
5127DP besprak Rebuten in ‘Herwaardeering in herdrukken’. In Bataviaasch nieuwsblad van 9 april 1938 (Vw 6, p. 256-258).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie