E. du Perron
aan
L.F. Jansen

Garoet, 9 november 19375018

Garoet, 9 Nov. '37

 

Beste Leo,

Dank voor je voorloopige reactie - wschl. de beste. Groot enthousiasme heeft het verhaal blijkbaar niet gewekt. 't Is dan ook voor een groot deel een muziekstuk in nieuwe zetting, en de medewerking van Onno Zwier zelf er aan is zeer groot. Wil je me, als je nader er over schrijft, antwoorden op deze vragen:

1.Is het gedeelte vaderl. geschiedenis harmonisch in de rest verwerkt?
2.Vormen de hfdstn. van de herrie (dus 4 t/m 6) niet te veel een eiland in de rest? En zoo ja, eerder op prettige manier (als contrast) of juist niet? (dus tè verschillend).
3.Is mijn ‘oplossing’ van 't geval Onno en Willem in 't laatste hfst. aanvaardbaar?
4.Heeft Onno schuld of niet?
5.Vind je de scène tusschen Onno en Adam5019 in 't slothfdst. goed of te veel deus ex machina-achtig? Deze scène is n.l. pure fantazie van mij. (Ik wil dezen Adam later in Indië door Dirk v. Hogendorp laten ontmoeten.)
6.Hoe vind je Willem v. Hogendorp? Een beroerling, of toch wel een beetje aardig? Althans begrijpelijk?
7.Hoe vind je Onno?
8.Hoe Willem? belangrijker als ‘figuur’ in het verhaal, of minder belangrijk dan Onno? Is Onno werkelijk hoofdpersoon voor jouw gevoel?
9.Zijn Caroline en Betje zichtbaar? Dit interesseert me vooral met het oog op Caroline, die in het vervolg nog wat voorkomt (als moeder van Dirk)

Verder al wat je zelf te zeggen hebt natuurlijk. Dank! Hart. groeten, steeds je

E. dP.

 

P.S. Ik zend je de gedichten van Greshoff en een bundeltje van Ger. den Brabander5020 die voor mijn volgeling doorgaat.

5018Briefkaart grotendeels eerder gepubliceerd in Tirade 17 (1973) 184/185 (februari/maart), p. 141-142.
5019Adam Crullers, natuurlijke zoon van Willem van Haren en Maria Crullers.
5020G. den Brabander, Opus 5. Santpoort 1937.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie