E. du Perron
aan
H. Marsman

Tjitjoeroeg, 7 augustus 1937

Tjitjoeroeg, 7 Aug. 1937

 

Beste Henny,

Ik schrijf direkt, omdat je anders misschien weer van adres veranderd bent; dat ik je zoolang niet schreef kwam dààrdoor.4810 Er zijn al brieven genoeg weggeraakt, verschillende naar Frankrijk o.a.

Overigens ben ik tot schrijven weinig geneigd. Moreele dingen vertellen, zoo bij scheuten, gààt niet. De afstand is te groot. En verder wordt al mijn schrijf-energie, naar 't buitenland althans (en hier correspondeer ik haast niet), opgebruikt aan een allerellendigste historie met Jan en Menno over twee dingen die mij zéér gegriefd hebben. Ze ‘begrijpen’ daar niets van; hebben er de pest over; ik ook; en we putten ons uit in ellenlange uiteenzettingen die alleen maar aanl. geven tot nieuw onbegrijpen. De rest spaar ik je; maar één praktisch ding zit hier aan vast, nl. mijn antw. op je verzoek om voor G.N. over je ‘3 deelen’ te schrijven.

In principe, graag. (Als je 't prospectus dan door een ander laat maken: Engelman bv.)4811 Een samenvattend artikel over je heele productie zou mij lijken - en wschl. ook wel ‘liggen’. Maar... daarvoor zou ik op z'n minst medewerker van G.N. moeten zijn, en hoe gek 't je misschien ook klinkt, het ziet er erg naar uit dat ik dat niet meer ben, of niet meer zijn zal vanaf 1938 (van 't publiek uit gezien).

Ik heb Jan nu een laatste voorstel gedaan. Slaat hij dat af, dan heb ik met G.N. afgedaan. Mijn éénig plezier in het letterkundig leven is de zuiverheid van G.N., dat wij dààr tenminste onbedild en onbeduimeld onszelf kunnen zijn. Wordt ook dit plezier me vergald, dan schrijf ik liever niet meer in tijdschriften - of zooals 't toeval dat schikt. Maar niet in G.N. dan, vanwege de ‘bedrogen liefde’.*

Ik heb aan mijn literair werk geen enkel plezier meer beleefd, sinds ik hier ben. Ik heb, zooals je weet, ontzettend hard gewerkt aan dat Multatuliboek van me. Eerst heb ik er beroerdigheid over gehad met Querido. Tenslotte heeft hij mij 150 pop gegeven met een air of hij mijn weldoener voor 't leven was daardoor. Nu beknibbelt hij mij op 5 à 6 blzn.(!!) die ik vraag eraan toe te voegen, en ik heb hem geschreven die zelf te willen betalen. Alles wordt me walg, in zoo'n atmosfeer van tegenwerking en beknibbelarij. Het zal zijn schuld wel niet zijn; het is, in al deze conflikten, en als ik mijn beste vrienden Jan en Menno moet gelooven, nooit iemand's schuld behalve de mijne. Maar ik krijg er zoo langzamerhand genoeg van. Het beste zal zijn ermee uit te scheiden. Als ik kàn. Of alleen publiceeren wat echt ‘gewenscht’ wordt, wat toevallig met die gewenschtheid overeenkomt.

Ik schrijf nu, af en toe, voor 't Bataviaasch Nieuwblad (verreweg de fatsoenlijkste krant hier, en haast de eenige groote krant die niet N.S.B.-ig is, of geweest is vóór de nederlaag). Als ik dus niet meer voor G.N. schrijf, kan ik nog altijd over je in dit blad schrijven, mais ce ne sera pas la même chose...

Januari 1938 heb ik - als alles niet weer mislukt - een baan: bij het Landsarchief te Batavia, in een heerlijk koel oud huis, ex-huis van den G.G. Reinier de Klerk (18e eeuw), als ‘daggelder’ op f 165 's maands. Voorloopig. Mijn ‘baas’ is een soortement Stols in de Geschiedenis, een Dr. Verhoeven, dikdoenerig, deftig, maar vrij jong nog (32 of 33) en in de conversatie nogal geschikt (als je door de dikdoeners-laag heen bent geraakt, wat mij heel weinig moeite kostte tot dusver). Of Bep 't zal harden in het klimaat van Batavia is een andere vraag. Op 't oogenblik voelt zij zich ellendig, veel beroerder dan in 't begin. En Batavia is heel wat warmer dan hier.

In ieder geval wil ik 't een jaar volhouden. Eenmaal in Batavia, vind ik misschien wat anders, met beter salaris. Maar... acclimatiseert Bep absoluut niet, wordt zij ziek enz. dan gaan we naar Europa terug. Dan moeten we dààr maar armoe lijden. Met een getuigschrift van 't Archief maak ik dan misschien weer nieuwe kansen, wie weet?*

Alles blijft dus onzeker. Prachtsfeer om De Onzekeren te schrijven, zal je meesmuilen. Ik werk daar hard aan, hier, in de laatste maanden die me overschieten vóór dat archiefwerk begint. In Batavia moet ik van half 8 tot half 2 werken, ga dan wat slapen, een bad nemen, heb dan de avonden voor mezelf. Maar stel je hier niet tè veel van voor, want als je van half 8 tot half 2 ‘op kantoor’ gezeten hebt, in Batavia, ben je 's avonds gaar. Ik reken erg op het bad - om 4 uur - om me op te knappen. Kan ik vanaf half 6 bv. een ‘nieuw mensch’ zijn, dan is alles nog heel mooi, in 't betrekkelijke...

Maar nu jouw affaires. Neen, hoe graag ik je ook hier zou hebben - het zou een luxe zijn iemand van ‘ons’ hier te hebben! - ik raad je af te komen. Je zou zéker wel wat kunnen verdienen met lezingen, maar o zoo weinig. Voor 3 avonden lezen in de Volksuniversiteit boden ze mij... fl. 30. Een radiolezing fl. 20. Lezingen voor Kunstkringen iets beter, maar het leven is duur in Batavia. Onderwijskrachten zijn hier zeer gewild; dus Rien zou wel gauw wat vinden. Maar dààrvoor komen jullie dan toch niet in Indië! en bovendien, je zou moeten zien hoe zij acclimatiseerde. In dit huis zou je een tijdje kunnen trekken; keukenmeid-baboe fl. 9., tuin-en-huisjongen f 8., huur misschien fl. 20. Dus fl. 37 's maands, en ± fl. 30 voor 't eten. Van fl. 67 's maands zou je kunnen leven, als je rijsttafel kunt eten en je niet verplaatst. Ga je hollandsch willen eten en je verplaatsen, reken dan gerust op 't dubbele! Ik vergeet ook licht (f 10.) en kruienier (f 15?).

Je blaadje doe ik bij de copy. Over dat Zelfportret schrijf ik als alles bijeen is. Nu heb ik er tòch geen kijk op.

Je indeeling van deel III - ja, Jezes, dat zie ik slecht van hier! Ik zou zeggen: de chronologische orde is de eenig juiste. Duitschers bij elkaar en jongeren bij elkaar is best; maar... dat lijkt weer op een systematische bundel, niet op proza van Marsman. Kan je de X-stralen niet in groepen bijeenbrengen, en die groepen, als hfdstn., tusschen de andere hfdstn. zetten? Altijd zooveel mogelijk chronologisch?

Overigens heb je gelijk: laat de ‘cultuurbeschouwingen’ desnoods weg, houd je aan 't ‘literaire’. Ten 1e schrikt Lubbes daar minder van - en Lubbes is een MACHTIG man, mijn corresp. met Jan en Menno èn mijn zijn in Indië hebben mij daar heel erg van doordrongen: zóo erg, dat ik, al zou ik erbij crepeeren, besloten heb dit beestje mijn UITERSTE koppigheid voor te zetten; - 2o heb je dan inderdaad wat ‘stof’ over, waaruit een later boek kan groeien. Essay à la Menno of zoo; over Nietzsche of de nietzscheaansche Kultur?4813

Neem (al was 't maar om mij plezier te doen) vooral die ‘opalen dag’ en ‘vuren lach’ in je verzen op.4814 Je kunt dat ding toch niet meer afwerpen, ieder citeert het; en, het onlangs hier lezend, vond ik het een van de verzen waarin ik je het meest, physiek haast, herken. Of je 't dus ‘maakte’ of niet, blijkbaar is dit een essentieel-marsmaniaansche kristallisatie, zeg: een klein wonder.

Ik antwoord alleen als je net geschreven hebt, vanwege die adresveranderingen. Houd me dus af en toe op de hoogte. Alijntje maakt het best hier in de ruimte. Het is 's morgens en 's avonds heerlijk hier, 's avonds tot ± 7 uur, daarna wordt 't een beetje luguber zoo met ons kleine familietje alleen.

Veel hartelijks, ook aan Rien en van Bep, steeds je

E.

 

P.S. - Kan je Stols zelf niet schrijven over Kort Geding, of heb je ruzie met hem? Kan Jan 't dan niet voor je doen? Hij staat er heel beroerd voor en probeert wschl. op deze manier uit alles een slaatje te slaan, maar als je 't ‘vriendschappelijk’ aanpakt is hij werkelijk niet de kwaaiste.4815

 

P.P.S. Bep zegt dat mijn rekening verkeerd is: je moet rekenen op een minimum van fl. 90., en dan mag je niet ziek zijn, niet uitgaan* enz. Bep is zeer gebeten op Adé Tissing die 't ons zoo goedkoop heeft voorgespiegeld, wil 't zelf vooràl niemand aandoen enz. enz. Post is duur! Kortom, reken op f 120. minimum! Voor jullie 2, dit alles. Voor 3, met een kind, is het bij de f 200.

4810Marsman woonde sinds 1 juli in Auressio, Tessino, Zwitserland.
4811Het prospectus werd door A. Vigoleis Thelen geschreven.
*Als je misschien Jan of Menno hierover schrijft4812 (of spreekt) zal je hun lezing uitvoerig krijgen, denk ik; maar wat je er ook van denkt - pro of contra mij - schrijf er mij geen woord van.
4812Brieven van Marsman aan Ter Braak en Greshoff over deze kwestie zijn niet teruggevonden.
*Als ik er iets aan doen kan wil ik ontkomen aan de ploerten van de journalistiek; zelfs zoo'n baan als die van Menno zou ik wschl. niet aan kunnen, moreel. Met het Bat. Nwsbl. heb ik zelf boot-af gehouden; anders zou ik daar wel een ‘literaire pagina’ krijgen. Archief is 100 × beter.
4813Tenslotte heeft Marsman alle ‘X-stralen’, genummerd van 1 tot en met 42, bij elkaar gezet (Verzameld werk III, Critisch proza, p. 195-230); het overige kritische proza ordende hij systematisch. Zijn artikelen en ideeën over Nietzsche verwerkte hij in de ‘Inleiding bij Aldus sprak Zarathoestra’. In GN 38 (1940) 6 (juni), p. 551-571; als ‘Inleiding’ ook opgenomen in F. Nietzsche, Aldus sprak Zarathustra. Een boek voor allen en voor niemand. Vert. door E. Coenraads en H. Marsman. Amsterdam 1941, p. 5-27.
4814‘Vlam’. In H. Marsman, Verzen. Zeist 1923, p. 9.
4815In een brief van 6 juli 1937 vroeg Stols aan Querido per exemplaar van Kort geding, waarvan hij er nog 1500 in voorraad had, 40% van f 1,50 en f 200,- voor de auteursrechten. Querido deelde Marsman op 7 juli 1937 mee, dat Stols 1500 × f 0,90 = f 1350,- vroeg en f 200,- voor de auteursrechten. Op 12 juli 1937 schreef Marsman aan Greshoff: ‘Lees omstaande brief en zeg mij of het niet van een bijna ploertige waanzin is dit bedrag te vragen voor 1500 onverkoopbare exx. Als v. Dishoeck voor. “De Anatomische les” hetzelfde vraagt, strandt alles nog.’ De brief aan Greshoff, die achterop de brief van Querido is geschreven waarin een kopie van de brief van Stols is opgenomen, bevindt zich in het Letterkundig Museum te Den Haag.
*(uit Tjitjoeroeg weg!)
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie