E. du Perron
aan
J. Greshoff

Parijs, 6 juli 1935

Parijs, 6 Juli 1935.

 

Beste Jan,

Ofschoon ik niet goed weet of je wel veilig bent aangeland, schrijf ik nu toch maar: aan het lieve adresje dat je me op een speciaal bedrukt en begomd papiertje hebt toevertrouwd.3800 Over het Congres zal je van Menno wel het noodige hebben gehoord, en misschien gelezen? - Nà Menno's vertrek werd het onverhoopt opeens boeiend, doordat de oppositie aan het woord kwam, maar de rot-smaak van straffe sovjetpropaganda is toch tot het laatste toe gebleven. Ik heb me uit de commissie, het bureau, of hoe het heeten mag, voor te vertalen werken teruggetrokken, omdat ik - ondanks alle groote en ‘liberale’ namen - toch niet de minste lust had om, als het erop aankomt, door de zeef te moeten van meneer Aragon (die in zijn groote speech van de laatste avond even idioot als om te schoppen was), of van meneer Nizan, of van andere Moskou-sergeantjes. Met het gevolg dat Nederland nu ‘verzorgd’ zal worden door het groote schrijverstrio Brusse, Last en Rost (als God het niet anders wil). - Ik heb mij sindsdien laten interviewen door Sandberg voor Het Volk, en zal je dat interview zenden. Ook de stukken van Menno over het Congres waren aardig, en dan was er nog een vrij neutraal stukje over de laatste avonden, door Bep bij veel slaap opgeteekend en door mij ± gedicteerd. Ik zal je alles zenden, als je dat wilt; maar schrijf me als het overbodig is. - Zeg in ieder geval aan Arthur dat hij goed gedaan heeft met zich afzijdig te houden. Heelemaal ten slotte wordt de bedoeling misschien toch wel weer goed, maar de vorm waarin we die te slikken kregen...., enfin, je was er zelf bij voor een gedeelte!

Mijn groote ontdekking op het congres was de nadere kennismaking met Chiaromonte,3801 een alleraardigste italiaansche jongen, die er ook meer dan zijn bekomst van kreeg.

Ik ga er nog een ‘diepgaand’ stuk over maken voor Forum, maar eerst over een paar dagen. Ik ga nu eerst Fermina afmaken, dat me zwaar op het geweten ligt. Verder lees ik Anna Karénine, dat me boeit zooals een goede Robbers het doen zou, en dat ik werkelijk het stomste* werk van Tolstoï vind dat ik nog ooit las; en daarnaast het boek van Gomperz over de voorsocratische wijsgeeren, dat boeiender is dan alle veldslagen van Pontigny bij elkaar en me werkelijk moreel opkalefatert.3802

14 Juli ga ik Gille in Brussel halen, met veel gevoelens van spijt dat ik jullie dan niet zien zal. Tegen 1 Augustus gaan we met Clara Malraux naar een huisje dat zij gehuurd heeft in de Morvan: de streek schijnt verrukkelijk te zijn. Vandaar ga ik dan wschl. nog even naar de Noths in Aix-en-Provence - nà 15 Aug. - ook om te zien of wij daar niet zouden kunnen wonen. Het is hier duur, en voor mij remmend voor het werk. Valt Aix niet mee, dan zoeken we elders..., misschien is er ondertusschen dan ook bericht gekomen van Gediking uit Indië.

In Het Volk heeft een alleraardigste bespreking van Ducroo gestaan door den hoofdredacteur, die een zekere Jan Winkler schijnt te zijn; jou bekend? Zonder eenige poespas van literaire spitskijkerij, maar helder, intelligent, menschelijk; eigenlijk wel het beste stuk dat er tot dusver over verschenen is. Verder schreef Gans in D.G.W. - ook lang niet kwaad - en Fredje Batten in de verzameling van mummelende grijsaards oftewel het Oudemannenhuis van de Ned. Letterkunde, waarin Kloos zijn gaga-schap uitviert, naar aanleiding van n'importe quoi. Het stuk van Batten was erg-erg goed bedoeld, en erg-erg onbenullig, in een erg-erg verzwikt stijltje: er staat niet één zin in die niet lukraak gedacht en beroerd geformuleerd is (het 2e trouwens als gevolg van het 1e). Verder blafte Kramers, heel sympathiek, maar heel slecht, naar Uyldert.3803

Dan werk ik hier nu voor Vigilance. Ik verwacht niet zoo heel veel van mijn pogingen, maar wie weet? Ik heb nu geprobeerd een voorloopig comité in Den Haag te laten vormen door Menno, Kramers, Gans en misschien nog een paar anderen. Wat een ideaal zou zijn, is dat iemand als Huizinga zich aan het hoofd van de beweging stelt, als hier Rivet. Maar ‘iemand als Huizinga’ is daar vanzelfsprekend te beroerd voor...

Laat eens uitgebreid hooren wat jullie doen; wat Annie en Arthur doen; of je leest - en wat? - en of je al een paar vaerzen gepleegd hebt. Kortom, stel me gerust betreffende je verdwijnen, want uit Brussel heb je niets meer laten hooren. Bep is vol wroeging over die mislukte laatste morgen en vreest dat je nooit meer hier logeeren wilt. Toch berust deze mislukking op iets heel speciaals: dat zoowel zij als ik tusschen congres en spruit zóózeer beroofd waren geraakt van slaap, dat alles dramatisch leek; jij in de andere kamer hebt dat niet zóó kunnen merken. Maar de spruit is niet altijd zoo.

Veel hartelijks van ons beiden aan jullie allen, en schrijf als je een boek noodig hebt, of wat dan ook. Moet ik het monster Chiappe niet ophalen? maar zeg dan nog eens precies waar.

Steeds je

E.

 

P.S. - Die mijnheer Poulaille is een poerummakerige, orthodoxerige patjepeër, daarover bestaat voor mij na dit Congres ook geen enkele illuzie meer, al zou het mij haast spijten voor Kees! Wie nogal aardig is, is Dabit.

 

* * *

 

Vóór ik dit naar de post breng, komt daar je brief. Het is ons een vreugde te lezen dat het jullie allen zoo goed gaat, maar vooral dat jij herlevende bent. Wat je over J.v.N. schrijft is allesbehalve opwekkend; toch zal het me groot genoegen doen hem hier te zien. Ik zal hem nu vragen met Gille tot hier te reizen, dat bespaart mij reiskosten enz. naar Brussel en terug.

Van Menno vreemde berichten: hij voorziet nu een voortzetting van Forum met Hennie, Vestdijk en Vic, wil zich zelf terugtrekken maar Virginia laten vallen. Ik zal hem daarover nu dadelijk gaan kapittelen.3804 In ieder geval ga ik er totaal uit. Vestdijk is een karakterloos vod; hij heeft niet willen bedanken voor het edele gezelschap van de Mij. Ik hoop dat jij althans, evenals ik, geen letter meer in Forum zal zetten als de roomsche overwinning, hoe dan ook, plaats heeft. En ik zal Henny zeggen dat hij het onder die omstandigheden ook niet doet.

Alain is, na die eerste warme dagen, weer heelemaal opgeknapt. Ik ben benieuwd te zien hoe Gille en hij elkaar zullen aanblikken.

Ik zal probeeren met J.v.N. te praten in de lijn van wat je schreef. Maar hij is heel koppig en het is te begrijpen dat hij in een soort wanhoopstoestand verkeert.

Nu Jan, ik zal je alle stukken over het Congres nu spoedig zenden. Nogmaals groeten.

Je E.

 

P.S. - Sandberg vroeg me je te vragen wanneer zijn versjes nu in Gr. Ned. komen.3805 Hij vertoonde mij alles: het is heel ‘eerlijk’, maar wel heel ‘zielig’ ook; een soort naïevere Dop Bles. Maar je geeft hem het leven als je wat plaatst, en hij leeft nu al heelemaal op die eene gunstige kritiek van jou! Er schuilt tòch een gevaar in om Poulailles en Sandbergen op te kammen, al begrijp ik het ‘principe’ best. S. is overigens zeker 10 × een goede daad waard dan Poulaille.

3800Greshoff was met vakantie naar Sestri Levante, de woonplaats van de Van Schendels.
3801Nicola Chiaromonte (1905-1970), Italiaans essayist, vestigde zich in juli 1934 in Parijs en maakte via Malraux kennis met DP. DP en Chiaromonte hebben gecorrespondeerd, maar brieven zijn niet bewaard gebleven. Zie voor zijn visie op DP en Ter Braak Bw TB-DP 3, p. 468-469.
*Onjuist woord: het is meer ‘onbeduidend’. En misschien ook dat niet, er zou veel meer over gezegd moeten worden. Maar een gezapig boek, over menschen en situaties die je al 100× bij 3e en 4e rangsauteurs ongeveer even goed ontmoet hebt, is het wel. Anna K. lijkt me de grootmama van alle burgerlijke familieromans.
3802Deel 1 van Th. Gomperz, Griechische Denker. Eine Geschichte der antiken Philosophie. Leipzig 1896-1909, 3 dln., komt niet voor op DP's literatuurlijst van 1935. In een Middeleeuws Cisterciënzer abdij bij Pontigny (Yonne) vonden sinds 1910 jaarlijks internationale schrijversbijeenkomsten plaats.
3803In ‘Bedenkelijk oordeel’ in DGW van juni 1935, p. 66 bestreed Kramers kritiek van Uyldert op Het land van herkomst in ‘Letterkundige Kroniek’ (AH van 15 juni 1935 (av.)).
3804Zie Bw TB-DP 3, p. 232-233 en 235-237.
3805In GN 33 (1935) 10 (okt.), p. 341 werd één gedicht, ‘Bescheidenheid’, gepubliceerd.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie