E. du Perron
aan
De Wereldbibliotheek (P. Endt)

Parijs, 11 oktober 1934

Parijs, 11 October '34.

 

Zeer geachte heer Endt,

Het getuigt van christenliefde bij u, dat u mij een nieuw boek aanbiedt. Ik zag het door u bedoelde boek nooit, en weet dus niet eens (want u verzweeg het mij) wiè ‘zijn kunst’ het is. Maar ik wil het boek graag ontvangen. Echter..., aangezien ik geen groot bibliofiel ben wat geïllustreerde uitgaven betreft, ik zou mij vooral aanbevolen willen houden voor 2 boeken uit uw fonds, die mij om geheel andere redenen aantrekken: 1o. De bewerking van Freud door Van Renterghem (als die tenminste herdrukt en weer in omloop is); 2o een roman van Maurits (P.A. Daum), die, naar men mij onlangs zei, door de W.B. uitgegeven is (of wordt). Welke roman is het? Ik bezit van dezen Maurits, na ze met veel moeite te hebben gezocht, 3 boeken: Uit de Suiker in de Tabak, Goena-Goena, en Aboe-Bakar. Mocht de door u gekozen roman dus een andere zijn, dan zou u er mij een zeer groot plezier mee doen. - U kunt dit trouwens beschouwen als een recensie-exemplaar, want ik zal niet verzuimen een lovend stukje te schrijven over dit eindelijk door een uitgever genomen ‘initiatief’ om deze alleraardigste boeken over Indië te herdrukken.*

Met vriendelijke groeten, hoogachtend,

EduPerron

*Van Deyssel heeft zich totaal vergist toen hij de 2 eerste boeken van Maurits prees, om hem voor de rest een standje te geven. Zijn latere boeken zijn minstens even goed, en soms beter. Het is nooit ‘hoogere literatuur’, maar het is mij oneindig liever dan het wèl hooger gestemde proza van bv. Augusta de Wit.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie