E. du Perron
aan
De Wereldbibliotheek (P. Endt)

Parijs, 1 augustus 1934

Parijs, 1 Augustus.

 

Zeer geachte Heer Endt,

Vandaag of morgen zend ik u de vierde portie van 80 blzn. (241-320). Als u het zoo zou kunnen schikken dat ik vóór 10 Augustus de laatste 80 blzn. krijg (321-400), dan kan de revisie zoo noodig door een ander worden gedaan. (Van dit pak krijg ik de revisie zeker nog wel vóór den 10en, en het laatste pak zal ik dan extra-goed nazien.) De kwestie is nl. dat wij, als wij 10 Aug. weggaan, eerst 10 dagen later - dus tegen 20 Aug. - in Tanger denken te zijn. Als u dus proeven daarheen liet zenden, zou ik ze bij aankomst wel vinden en direct kunnen nakijken, maar vóór u ze dan weer hebt, is het dan wel eind van de maand. Kortom, het zou voor u vervelend kunnen zijn om noodeloos 14 dagen te verliezen. Met het oog daarop, zou het dus goed zijn als ik alles voor mijn vertrek kon doornemen.

Misschien gaan wij ook eerst 12 Augustus, maar dit is niet zeker. Mocht het zoo zijn, en mocht ik de proeven vóór 10 Aug. nog niet hebben, dan zal ik u waarschuwen.

Met vriendelijke groeten hoogachtend,

EduPerron

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie