E. du Perron
aan
J.A.A. Engelman

Den Haag 24 januari 1932

Zondag.

 

Beste Engelman,

Ik ben, na mijn bezoek bij je,2067 een paar dagen grieperig geweest en zoodra ik koortsvrij was overhaast uit Utrecht vertrokken. Op het oogenblik zit ik in een vegetariërshotel in Den Haag, morgen ben ik weer in Brussel; dan?..... Hierbij een antwoord op je onderscheiding van poëzie in wijn en niet-poëzie in jenever.2068

Voor Paradijspaarders.2069
 
Veroorloof mij u nogmaals af te wijzen
 
binnen de maat van een veracht sonnet.
 
De Schoonheid wreekt zich, want ik sterf van pret
 
bij al uw kostloos bovenwereldsch reizen.
 
 
 
Uw buitelingen tusschen paradijzen
 
met als eindhaven toch een kleevrig bed -
 
moet men niet dòm zijn, om zoo nauwgezet
 
steeds weer een nieuw soort hemel aan te krijschen?
 
 
 
Wij spreken werkelijk niet dezelfde taal:
 
Ik ben geen dichter, dat staat vast, en de Aarde
 
is mij genoeg, zelfs voor één enkle maal.
 
 
 
Voor u de zang der sfeeren en de wijn
 
die poëzie heet: een geijkte waarde.
 
Dit is jenever? Mag 't petroleum zijn?

Ik denk het in Forum te plaatsen.

Heb je de laatste Helikon gezien? De brave Grauls, een Vlaamsch poëet met baard, die iedereen nageschreven heeft, zette daarin een afgietseltje van je Vera J.2070 Ik zond Stols voor zijn poëzieblad het volgende grapje (hoop dat hij het plaatst).

 
Mnemosyne, wat komt hier aan?
 
Jan Engelman mag zich nu stallen:
 
Ambrosia is van de baan,
 
maar Grauls is van haar kind bevallen.
 
 
 
En binnenkort komt zijn Calando
 
(de titel rijmt wat op Parlando),
 
waarin, met smaak nullissimo,
 
geratst wordt dondrentissimo.
 
 
 
Wie Grauls is, weet men nog niet zeker:
 
misschien is hij een stekjeskweeker,
 
misschien meer een verhuurkantoor,
 
misschien gewoon een kwispeldoor -
 
 
 
Maar veelgevooisd en dito-slachtig,
 
blijft hij - dit staat wel vast - aandachtig
 
bereid zich onder ieders lettren
 
tot protoplasma te verplettren.

Ik hoop dat een en ander je amuseert. Tot ziens, vroeger of later; met beste groeten, je

EduP.

2067Op 16 januari 1932, in gezelschap van het echtpaar Marsman.
2068Vgl. Bw TB-DP 1, p. 160. Engelman had onderscheid gemaakt tussen echte poëzie (bv. Rilke) en anti-poëzie (bv. Corbière) en deze beide soorten vergeleken met wijn en jenever.
2069Gewijzigd opgenomen in Forum 1 (1932) 4 (april), p. 236. (Vw 1, p. 118).
2070Het gedicht ‘Serenade’ begon met de regel: ‘Myosotis, zing mij haar naam’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie