E. du Perron
aan
R.A.J. van Lier

Brussel, 2 januari 1932

Beste Van Lier,2055

Dank voor je brief en de verzen. Ik vind overal wel iets in, maar geen van deze drie is integraal zoo aardig als De Gestorven Scholier.2056 Er ontbreekt òf iets aan den ‘inhoud’ òf aan de ‘poëzie’. Maar je bent op den goeden weg, ga door, schrijf op en zend op zonder je te laten ontmoedigen. Als ik op mijn 17e jaar zulke goede verzen geschreven had als jij nu, had ik mezelf een crack gevonden. Helaas, ik schreef op mijn 22e nog een vlotte prullaria, meer niet.

Wil je ook mijn groeten en beste nieuwjaarswenschen doen aan Fred Batten, aan wien ik eindelijk de gevraagde boeken2057 zond (voor jou en voor hem elk een exemplaar.) Maar van beide komt een verbeterde, en vermeerderde, herdruk, dus dit is heusch maar iets voorloopigs. Bedankbrieven zijn onnoodig; trouwens, overmorgen ben ik hier al niet meer, en ik weet verdomd weer niet waar ik heen zal gaan: naar Parijs en verder naar het Zuiden, of uit practische overwegingen maar weer naar Holland, en dan hoogstwschl. Utrecht.

Tot nader, in elk geval. Hartelijke groeten van je

EduP.

 

Brussel, Zaterdag.

2055Met R.A.J. van Lier (*1914) had DP al kennis gemaakt via hun wederzijdse vriend F.E.A. Batten.
2056Gepubliceerd in Forum 1 (1932) 2 (februari), p.123, onder het ps.R. van Aart.
2057Bij gebrek aan ernst.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie