E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Gistoux, 7 juni 1931

Gistoux, Zondag.

 

Beste Fred,

In de eerste plaats veel dank voor dat portret van Couperus.1842 Het is eigenlijk tragisch: die grijsaard die nog absoluut een jongeling wil zijn; deze karaktertrek geeft hem dan ook direct iets van een acteur (eertijds grand premier rôle en tous genres)! Maar het geeft prachtig één kant van zijn wezen; bij lange na niet alles, goddank!

Wat zond je me toe? (‘Twee nieuwe’.) Ik kreeg niets, tot dusver.

Alle verzen van Kelk die je aanhaalt, zijn latere verzen, en wel alle van 1930. Er staan in Voor de jonkvrouw1843 6 of 7 nieuwe verzen; geschreven voor de jonkvrouw, waar hij nu mee gehuwd is.

Wàt wou je broer Dick weten over Gide? Als je me dat nu maar zei.... La Symphonie Pastorale is een minderwaardige, vervelende Gide, genre beter-maakwerk in zijn oeuvre. Daarom werd het onfeilbaar uitgekozen, natuuurlijk, voor een Holl. vertaling. Als je broer Gide wil kennen, laat hem beginnen met L'Immoraliste. Daarna: La Porte Etroite (ook ‘Protestantsch’, maar 10x zoo goed als die pastorale symphonie), daarna Isabelle, Les Caves du Vatican en Les Faux-Monnayeurs. Als hij dit alles gelezen heeft, gaat hij er misschien toe over om ook de oudere, symbolistische werken van Gide te lezen: Voyage d'Urien, Tentative Amoureuse, Nourritures Terrestres (dat jij wschl. pràchtig zult vinden), Amyntas (dit is al veel reëeler), en de zeer geestige ‘zotternijen’, noemt hij het: Paludes en Le Promethée mal enchaîné. Gide is precies niet het soort auteur, dat men eig. heelemaal kent als men één boek van hem gelezen heeft, en zeker niet die symphonie in kwestie, of een ander maakwerk als L'Ecole des Femmes.

In Lente-eiland van Slau staat één meesterlijk verhaal, - meesterlijk door de soberheid en toch zoo rijke inhoud: Po Sju I en Yuan Sjen bij de Yang Tse Kiang. Lees dat eens over, als je het te vluchtig deed.

Lessen in Charleston is alleraardigst; viel ons allen bizonder mee. - Roelants' Jazz-Speler vind ik eig. Hollandsch vervelend; een terugval na Komen en Gaan. Las je Adelaïde van Walschap? Dat behoort wel tot het beste wat de heele jongere Nederl. verhaalkunst heeft opgeleverd. Het heeft een zekere verwantschap met Eline Vere en met Van de koele meren des doods; qua gegeven, de uitwerking is ‘zakelijker’. Lees dàt maar eens, ik raad het je sterk aan.

Ik weet niet welke biographie van Dostojevsky de beste is, wèl welke de meest valsche en stòmste is, die van Coster. De andere zijn allemaal goed en slecht door elkaar; het is net als met Stendhal, een volmaakte biographie bestaat niet. Die van Gide is in ieder geval zeer intelligent, maar het is geen biographie, meer stukken (lezingen) over D. bijeengebracht; vrij goed is die van Serge Persky.* Die van Levinson zal wel beroerd zijn, de man is een klier, specialist over danskunst.1844

Ik geloof dat ik nu op al je vragen, buiten C. om, geantwoord heb. Eerstdaags krijg ik natuurlijk nieuwe protesten tegen mijn voortgezet gemopper. Toch is er in dit voortlezen juist iets goeds; want de lezer van ons1845 boekdeel, krijgt onze keus wèl achter elkaar te lezen - (als hij als lezer tenminste een beetje ‘temperament’ heeft). Overigens geloof ik dat we best zullen opschieten, als het zoo voortgaat.

Nu:

Houd Geuren van Heiligheid dan aan, als je dat zoo goed vindt. Schrap legende II van de Blauwe Kust. (Please!) Houd I, III en IV aan, die zéér goed zijn.

Vervang De Verveling dan door Een Vervelende Morgen. Accoord, en met alle liefde!

Accoord ook voor aanhouden van Onder de Olijven. Maar laten we het dan een ander plaatsje geven; iets meer naar voren, wat best kan. Ik bedoel: niet zoo direct tegen De Laatste Libel aan.)

Voor Kindersouvenirs blijf ik tòch voelen. Het is in dit geval nat. verkeerd om bij een beoordeeling aan mevrouw Couperus-Baud te denken. De ‘atmosfeer’ van dat verhaal vind ik heel goed, waar die dan ook vandaan komt. Als er gekozen moet worden, dan liever Toen ik een jongen was, ja; maar als het kan, dan graag de twee.

Melancholieën beter dan De Nachten? Ik geloof het niet; De Nachten is gaver als proza, en ook minder ‘herhaling’. Maar ga je gang.

Begeertes naar kl. wijsheden absoluut behouden!

Desnoods Bladen uit mijn Dagboek weg. Ofschoon ik daar ook veel voor voel, althans voor I en II. Maar als het te veel wordt, dan gerust weglaten.

Ik geloof dat we karig moeten zijn met onze keus uit de ‘reis-impressies’. Alleen werkelijk heel mooie en persoonlijke stukken daaruit opnemen, die niets Baedeker-achtigs meer hebben. Daarom: bepaald geen enkel stuk uit Reis-Impressies. Ik ben erg huiverig voor Blanke Steden, Spaansch Toerisme, enz. Daarentegen wèl benieuwd naar de Antieke Verhalen en Schimmen. Enfin, zend wat je vinden kunt; ik voel me alweer frisch.

Dat oordeel van Scharten1846 teekent den man! Kan je me opgeven waarin hij die ezelachtigheid gelanceerd heeft? Ik zal hem dan bij gelegenheid vertellen dat van iemand die zelf zulke platte, stupide leuterromans geschreven heeft, dit Haagsche-Post-oordeel logisch is; wat hij van Couperus apprecieert is het wekelijksche praatje bij de thee. Als er één ding is, wat ik bij gelegenheid zal doen uitkomen, dan is het de onovertroffen waarde van C. in zijn romans (de goede dan altijd, niet de antieke reconstructies). En wat al die anderen betreft, waar jij dan nog zooveel waardeering voor hebt: Van Genderen Stort, Top Naeff, Ina Boudier (God betere't) en zelfs Jeanne Reyneke (Fred, Fred!), die krijg je van mij van de eerste letter tot de laatste cadeau. Ik kan die Hollandsche burgerlijkheid, met een vernisje van beschaving erover, integraal niet zien, laat staan lezen. Van Genderen Stort is een potsierlijk scribentje, met zijn ‘archaïsche’ verfijning, God-God, wat een idioot! Er zijn twee (zegge TWEE) Nederl. auteurs die ik werkelijk als figuur, dus vrijwel integraal, bewonder en herlees: Multatuli en Couperus. Daarnaast eig. alleen losse boeken, als De Zwerver en de eerste verhalen van Van Schendel, Frank Rozelaar van Van Deyssel en nog 2 of 3 andere. En de rest staat voor mij gelijk aan niets; ik heb die rommel niet noodig, niet als ‘literator’, en nog veel minder als mensch. Dus... ter pleeë, om als Scharten te spreken.

De Nederl. poëzie is nat. iets anders. En de tijdgenooten laat ik buiten beschouwing, b.v. Slauerhoff. Nu, tot nader. Beste groeten, van Annie ook,

je EdP.

1842Foto, genomen omstreeks de zestigste verjaardag van Couperus (10 juni 1923), en afgedrukt in Louis Couperus (Schrijversprentenboek 9). Amsterdam, 1963, p. 37.
1843Afdeling uit Kelks bundel Spelevaart.
*De herinneringen van vrouw en dochter zijn te veel biographie alleen. Bovendien verpest door een familietoontje vol liefderijke idiotie.
1844Dirk Coster, Dostojevski (1919); André Gide, Dostoïevsky (1923); Serge Persky, La vie et l'oeuvre de Dostoïevsky (1918); A.G. Dostojevskaja, Lebenserinnerungen (1925); Aimée Dostojevski, F.M. Dostoiewsky (1920).
1845Dubbel onderstreept.
1846In De roeping der kunst (Amsterdam 1917), p. 392 schreef Carel Scharten na Eline Vere Couperus' feuilletons diens beste werk te vinden.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie