E. du Perron
aan
S. Vestdijk1788

Gistoux, 11 mei 1931

Gistoux, 11 Mei '31.

 

 

Zeer geachte Heer,

Ik verneem van Slauerhoff dat u gesteld is op mijn oordeel over uw gedichten. Het is een eenigszins lastig geval mij daarover, zoo op een afstand en zonder u persoonlijk te kennen, precies uit te spreken; aan den anderen kant zou u weinig hebben aan een oordeel dat, om welke redenen dan ook, vervalscht was. Ziehier dus ronduit wat ik ervan denk:

1.dat u talent heeft, lijkt mij buiten twijfel. Dààr gaat het dus niet om; dit trouwens is iets, dat de ‘patient’ om zoo te zeggen het allerbest bij zichzelf waarnemen kan; mij dunkt: de drang èn het kunnen zijn bij u in groote mate aanwezig; -
2.maar... dit eenmaal daargelaten, valt het zeer te betreuren, dat u zich zoo uitsluitend en geheel op Slauerhoff heeft ingesteld, als uit dit cahier blijkt. Ik wil aannemen dat er een zekere verwantschap tusschen u beiden bestaat, maar dikwijls is hij u bijna volkomen een voorbeeld geweest.* Voor een publicatie schuilt daar het gevaar. U kunt er zeker van zijn dat men u dat van alle kanten, tot het uiterste toe, verwijten zal; wat ik jammer zou vinden van het reëele talent dat u hebben moet, of u zou ook déze gedichten niet hebben geschreven.
3.Aan den anderen kant komen, ook in dit cahier, reeds verscheidene verzen voor, waarin die invloed veel minder zichtbaar, of aanwezig, is; ik zou niet willen zeggen dat het de beste zijn, maar het zijn zeker de proeven die ik u zou aanraden het eerst te publiceeren. Ik heb uw cahier aan Slauerhoff teruggestuurd; hijzelf kan u hierin, minstens even goed als ik, raden.1789 Het beste is dat geen andere het cahier in handen krijgt, tenminste geen ‘letterkundige’; en ik zou u willen zeggen: schrijft u andere verzen. Laat dit cahier voor u zijn als de bevestiging van uw kunnen, en gaat u hiervan uit om uw talent in een geheel eigen richting te brengen. Het zou mij niet verwonderen indien u spoedig eenige sterke gedichten schreef; wanneer ik in aanmerking neem dat dit heele cahier in 4 maanden tijd (?) ont-stond en dat - als men den invloed van Sl. wegdenkt - het eene gedicht al beter is dan het andere, kàn dit haast niet anders, zou ik zeggen.

Ik hoop dat u mij mijn openhartigheid niet kwalijk zult nemen, en vooràl, dat het u in geenerlei opzicht uw zelfvertrouwen ontnemen zal; daarààn juist bestaat bij u de grootste behoefte. Wat uw kùnnen betreft, dus zuiver de kwestie talent, mag u volkomen zeker zijn van uzelf; het gaat er alleen om uw eigen toon te vinden, uw eigen persoonlijkheid uit te drukken. Geloof mij uw oprecht belangstellende

EduPerron

 

Château de Gistoux

Chaumont-Gistoux

(België)

1788De aanleiding tot de correspondentie tussen DP en Simon Vestdijk (1898-1971) was een cahier gedichten, ontstaan in de periode van ‘permanente poëtische uitspatting’ waaraan Vestdijk naar eigen zeggen toen leed, en dat via de redaktie van de DVB aan Slauerhoff was toegezonden. Deze stuurde de gedichten ter beoordeling aan DP, wschl. omdat hij zich in dit geval niet de meest geschikte criticus voelde. Een half jaar na DP's eerste brief aan Vestdijk had in Den Haag een ontmoeting tussen hen plaats, op initiatief van DP. ‘Een van de motieven van zijn bezoek zal wel geweest zijn om mij te keuren als toekomstig medewerker aan Forum’, meende Vestdijk later.
*Ik bedoel: ook, en soms vooral, technisch.
1789Hierbij tekende Vestdijk aan: ‘Dit laatste is nooit geschied. Mijn “raadsman” bleef, tot nader order, Du Perron (S.V.)’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie