E. du Perron
aan
H. Marsman

Brussel, 21 maart 1931

Brussel, Zaterdag.

 

Beste Hennie,

Dank voor de proeven,1629 die ik gisteren terugzond. Dit fragment behoort m.i. tot de beste stukken van het boek; vooral het portret van Vera is goed (en 10 × beter dan dat van Ilse). De theorieën van de revolutie zijn wat vaag, maar toch ook niet hinderlijk voor mijn gevoel, ze staan er tenminste niet in voor het genot van het opschrijven alleen, zooals - alweer - in het portret van Ilse. Ik raad je nogmaals aan dat portret te ‘versoberen’ op den definitieven tekst. Wat ben je toch een gekke kerel met je verhalen van ‘dat de boel nu zoo dood is dat je er geen jota meer in schrappen kunt’. Mag ik het dan voor je doen? (Je lijkt wel Jany!) - Met een paar wijzigingen, op één vrijen middag af te doen, heb je Vera belangrijk verbeterd; en zóó heilig en serieus is al deze literatuurfabrikatie toch niet? Je hoeft er niet eens voor te woekeren met je talent!1630

Ik las verder, bij Greshoff, je Vliegende Hollander. Dat ben je eigenlijk in je volle kracht; dat is proza, en dat toch voor je beste gedichten eig. niet onderdoet. Je moest heusch een bundel uitgeven met deze ‘proza's’,1631 een soort Gaspard de la Nuit in je oeuvre. Daarbij zou héél goed komen: Virginia (mind, verander Klemm in Clemm), en misschien ook nog een en ander uit De Vijf Vingers, bijv. zéker: Clean-Shaven. Kan je mij De Vijf Vingers niet eens zenden? ik las het, en met aandacht, maar meer dan een jaar geleden (het ex. van Slau). Het ideaal zou zijn als je 2 bundels uitgaf - ‘binnen afzienbaren tijd’ -: de 1e bevattende je poëtische proza-evocaties: De Vliegende Hollander voorop, dan Penthesileia (?), De Matroos en.... (?)*, Clean-Shaven, Virginia, en wat je verder in deze lijn produceeren zult (Campo niet, zijnde mislukt, d.w.z. te veel den kant van het ‘verhaal’ opgegaan, en als zoodanig onvoldoende); de 2e bevattende A-.M.B., als eerste werkelijke vertelling, novelle, of wat je het noemen wilt, voor mijn part zelfs ‘verhaal’, als je 't maar niet aan Van Wessem oververtelt. Om je te oefenen voor je volgende roman, zou je nog wat van deze verhalen kunnen schrijven. En dan zou je Bill weg kunnen laten, dat toch eigenlijk een onding is, van het soort neue sachlichkeit dat je zelf n.b. in de schilderkunst verfoeit!

Het gedicht Bredero is een typische tusschenvorm tusschen De Vl. Hollander-reeks, zal ik maar zeggen, en je gedichten. Als het hier en daar niet rijmde, was het met een paar wijzigingen bij de poëtische proza-evocaties in te deelen. Ik, bijv., in jouw plaats zou dat doen. Maar ik ben een Vandaal tegenover de heiligheid van mijn eigen reeds-geschreven copie. Ik heb al het ‘minder poëtische’ uit Poging tot Afstand b.v. omgewerkt tot een soort verhaal, dat in de volgende - en definitieve! - druk van Bij Gebrek aan Ernst zal verschijnen. Hè! Komt zooiets wel te pas? Wat zal Houwink boos zijn! En jij!...

Ingesloten een stukje dat gisteren in de Standaard gestaan heeft en dat mij vanmorgen door iedereen werd toegezonden. Jij die van aesthetisch proza houdt....

Hartelijke groeten voor jullie twee van je

E

1629Het gaat hier om het derde fragment van ‘Vera’.
1630Toespeling op Marsmans kwalifikatie van DP in zijn bespreking van Parlando.
1631Een dergelijke bundel is nooit verschenen, maar het door Marsman zelf samengestelde tweede deel van zijn Verzameld werk opent met een aantal ‘Prozagedichten’, t.w. ‘De vliegende Hollander’, ‘Penthesileia’, ‘Cleanshaven’, ‘Provence’ en ‘Virginia’. Daarna volgt het verhaal ‘A.-M.B.’ De familienaam van Virginia uit het gelijknamige stuk werd door Marsman inderdaad veranderd.
*De Maan, meen ik. Vond Hopman dit niet erg ‘mystiek’?
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie