E. du Perron
aan
H. Marsman

Brussel, 17 maart 1931

Brussel, Dinsdagmorgen.

 

 

Beste Hennie,

Bouws heeft ‘de Onzekeren I’1618 naar Holland meegenomen, voor Menno en voor jou. Ik heb er een voorloopige titel boven gezet, die ik graag opgeef voor een betere (door een van jullie te vinden, ik geef ook het zoeken op). Als je het goed genoeg vindt voor de Vr. Bl. heb ik geen bezwaar tegen een publicatie in het genre van nu Vera; maar sommige dingen wou ik er dan nog in veranderen, o.a. het in ‘de koloniën’ geboren zijn van Reinald.1619 Maar wschl. vind je er niets aan, en het beste is, geloof ik, het heelemaal weg te houden vooreerst.

Bouws zei me dat je Vera zoo goed als aan Nijgh & Van Ditmar afgestaan had.

Je zoekt naar voorbeelden van dichter-en-prozaschrijver tegelijk. Daar is Goethe. Daar is ook Hugo. Daar zijn wschl. vele mindere sterren. Het is mogelijk, geloof ik, maar meestal neemt een van de twee de overhand. Voor mij bijv. hoogstwschl. het proza. (Ik moet oppassen dat het niet het kritisch proza wordt - anders krijg jij gelijk!) Slau behoort ook in deze, geloof ik, door zijn nonchalance tot de begenadigden. Niemand onder ons gaat zóó blindelings de materie te lijf; wij anderen zijn allemaal veel te kritisch-overwegend.

Over Van Nijlen zal ik je maar niets meer zeggen. Ik zou je trouwens niet méér kunnen zeggen dan wat ik je reeds zeide. Dat je Jacques 10× meer een vent vindt, doet voor mij de deur dicht. - Ik las daarentegen met groot genoegen - en bijna volledige instemming, zou Jany zeggen - d.i. dus met bijna geen ‘voorbehoud’ - je artikel in de N.R.C. over Paul van O.1620 Jammer dat het niet meer bij Kort Geding kan.

Wat is Celly? Het fragment uit Lessen in Charleston dat in de volgende V.B. komt? Van Wessem schrijft me dat het niet meer dan een ‘nevenepisode’ is.

Over Hampton Court wil ik je voorloopig niets zeggen dan dat het mij zeer sympathiek is. Ik ben erg benieuwd hoe jij het vinden zult.

Ik weet niet waaròm precies titels in je Proteus1621 mij beter lijken dan nummers. Omdat nrs. 1o. misschien doen denken aan afdeelingen van een doorloopend geheel (dus juist in tegenstelling met het idee ‘Proteus’); maar toch ook wschl. omdat je 1e bundel titels heeft; omdat Witte Vrouwen b.v. een uitstekende titel zou zijn voor een afdeeling; omdat titels ook ‘gezelliger’ zijn en minder zakelijk-gauw afgedaan; etc. etc.

Het Drama van Huize-a-Z.1622 staat chronologisch op de juiste plaats en is van Sept. '27. De datum viel wschl. op de drukproef weg. Ik zag dat later eerst.

Verdòmd vervelend dat ik nu nog een maand moet wachten eer ik het mij onbekende stuk van Vera te zien krijg. Kan je mij geen drukproef zenden?

Wat je zegt van de magere psychologie als gevolg van de schrijfwijze (en de rest) kan zeer goed waar zijn, lijkt mij voor jou althans een alleszins aannemelijke verklaring. Ik vind de psychologie in A.M.B. eig. niet beter. Maar als kort verhaal doet het wschl. beter; men verwacht minder van de hoofdpersonen zelf (buiten den auteur om) in zoo'n verhaal, dan in een roman. En het décor neemt een ruimer aandeel aan de psychologie, zooal niet van de personen, dan toch van het verhaal - en door het verhaal tòch weer op de personen; de harmonie van het heele mengsel is gemakkelijk inniger.

Oef, wat worden we hyper-analytisch! Schrijf me als je mijn copy gelezen hebt en wanneer je in Brussel denkt te komen. Met mijn moeder was het vandaag* weer mis; ik ga er nu heen. Hart. groeten voor beiden van je

E.

1618...E poi muori.
1619De hoofdpersoon uit ...E poi muori, Reinald Godius.
1620Op 14 maart 1931 (avondblad) besprak Marsman in de rubriek ‘Vlaamsche letteren’ van de NRC Krities proza deel II van Paul van Ostaijen.
1621Marsman overwoog deze titel voor zijn latere bundel Porta nigra (1934).
1622N.l. in Nutteloos verzet.
*gisteravond althans
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie