E. du Perron
aan
J. van Nijlen

Amsterdam, 17 januari 1930

Amsterdam, 17.1.30.

 

Beste ouwe Jan,

Ik heb een drukke correspondentie achter den rug, maar moet dit briefje er ook nog bij afmaken. Van den anderen ouwen Jan krijg ik noodkreten, duwen en jeremiaden om ‘antwoord!’ Het schijnt dat ik niet genoeg antwoord. Maar heerejé, heb ik dan zooveel te vertellen?...

Met mijn moeder gaat het nu wat beter; vooral de nieuwe omgeving doet haar veel goed. Wij zijn nu veel ruimer gehuisvest (in de Vossiusstraat 45, dat is dus ook mijn nieuwe adres), en de buurt is ook veel rustiger, en wat je hier in Holland noemt: netter. Met Si-mone blijft het kwakkelen. Ik ben weer bij een dokter geweest, die haar weer een nieuw soort tabletten heeft toegestopt. Maar de hoofdpijnen houden aan; hoe zou het anders?

Hoe gaat het bij jou thuis? Wat een rampen met Charles840! Gelukkig dat hij ze weer betrekkelijk gauw te boven is gekomen. Ik hoop dat hij nu niet aan een 3e kwaal is begonnen - immers, alleen de goede dingen bestaan uit 3.

En hoe maak jij het?Jany zei me dat hij je nog extra om die verzen wou schrijven.* Ik hoop van harte er nu spoedig een paar van in De Gids te zien, op welk blad mijn moeder gemeend heeft zich te moeten abonneeren. Hubertus841 heb ik hier en daar nog verbeterd.842 Het Drama v.H/a/Zee kwam er in Januari in en bracht mij honderd florijnen op, wat een prachtige betaling is; ik kan niet anders zeggen! (Ik had gerekend op fl. 84.) Ook Van Schendel schreef een nieuw verhaal843, dat zoo goed moet zijn, zegt men (ik begon er nog niet aan), en verder Jany! die uitkwam met een zéér leesbare ‘essay’ over Sirenische Kunst. - Ik heb nu ook De Afspraak voor een 4e keer gelezen, en begin er nu achter te komen (op sommige passages en zinnetjes na). - Verder is het blad van je vriend Van Eyck844 uitgekomen met een eerste nummer, waarin een inleiding waarvoor hij de Ouwehoerenprijs voor de hééle Nederlandsche Literatuur verdient; en de rest aan die inleiding aangepast. Het heele geleuter kost fl. 2,50. Is het niet om te huilen? Slauerhoff wou er met mij samen een vaers op schrijven. Het is te doen - maar waarvoor? Iets zóó vervelends, sterft vanzelf een vroegen dood.

Ik lees weer eens Flaubert, en verder Goethe!

Eigenlijk nieuws heb ik niet. Dit is maar een vriendschappelijk praatje. Ik voel nog altijd veel voor Amsterdam, maar niet veel voor den Amsterdammer (qu'on n'a qu'à gratter pour trouver le juif845 - als de Jood er niet reeds duimendik op ligt). Wat mij ook hindert is het verdomde ‘aksjint’ dat je den heelen dag hoort, en met zoo'n overtuiging uitgebracht!

Nu Jan, tot nader. Je hebt mijn nieuw adres. Hartelijke groeten thuis, ook van mijn moeder en Simone, en de hand van je

Ed.

840Van Nijlens zoon Karel-Benoît, in de omgang Charles genoemd.
*Dat heeft hij dus gedaan.
841Het in april 1929 geschreven epische gedicht ‘Hubertus bij zon en schaduw’, dat in 1930 werd opgenomen in Parlando (Vw 1, p. 77-85).
842Voor Parlando.
843De gids van januari 1930 begon met het afdrukken in (drie) afleveringen van Van Schendels roman Het fregatschip Johanna Maria. In hetzelfde nummer stond Roland Holsts essay ‘Sirenische kunst’.
844Op 15 januari verscheen voor het eerst het algemeen tweemaandelijks tijdschrift Leiding, onder redaktie van P.N. van Eyck, C. Gerretson en P. Geyl, waartoe Van Eyck het initiatief had genomen nadat De gids hem als poëziecriticus had afgedankt.
845Variant van het aan Joseph de Maistre toegeschreven gezegde: ‘Grattez le Russe et vous trouverez le Tartare.’
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie