E. du Perron
aan
Th.A.Boeree

Bandoeng, 10 mei 1939

Bandoeng, 10 Mei 1939.

Zeer geachte heer Boeree,

De firma Van Holkema en Warendorf (uitgevers v. Gr. nederland) zond mij uw studie over het Beleg van Bergen-op-Zoom hierheen; zooals u misschien niet weet, zit ik in Indië. Mag ik u er recht hartelijk dank zeggen voor het boek, en vooral voor de aardige gedachte die u gehad hebt om het mij te zenden? Hoewel ik niet alle militaire termen en gezichtspunten vat, heb ik het uiterst geboeid gelezen. U hebt de verschillende phasen van dat beleg wel zeer helder beschreven, en, hoe sober ook aangebracht, de karaktertekening – die van Cronström en Löwendahl, van den prins van Hessen bv. ook – ontbreekt allerminst. Tot mijn genoegdoening ontmoette ik bij u ook weer jonker Willem van Haren, gecommiteerde-te-velde.

Schandaal in Hollandkomt, ‘herzien en vermeerderd’, dit najaar in boekvorm uit bij Leopold. Ik hoop u een ex. te sturen, als een vermoord Europa mij dat tegen dien tijd niet belet. Misschien ben ik dit najaar zelf trouwens reeds in Holland terug.

Nogmaals dank voor uw goede gave en geloof mij, met vriendelijke groeten, gaarne uw dw.

E. du Perron

origineel: particulier

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie