E. du Perron
aan
Jan Romein

Bandoeng, 24 juni 1939

Bandoeng, 24 Juni '39.

 

Beste Romein,

Wij gaan 12 Aug. op de boot, - als de oorlog niet uitbreekt. 12 Sept. Als we op tijd aankomen, hoop ik jullie dus spoedig een bezoek te Amsterdambrengen.

De indische pers heeft met te verwachten walgelijkheid alle vullis over je benoeming overgenomen. Ingesloten nog een reactie van Koch in Krit. en Opb. daarop.1

Het Bat. Nwsbl. is bezig zich met mij te verzoenen. Ik heb mijn eischen gesteld; wordt daaraan voldaan, dan hervat ik de kroniek weer en begin met een stuk ove Erflaters III.2 Ik wacht op antwoord, want dat heb ik ze ook al aangekondigd. Gaat dat door, dan stuur ik je het stuk zoodra het uit is. Hieronder nog een paar kleinigheidjes die ik gedurende de lezing opmerkte en waar je misschien iets aan hebt voor een volgende druk.

Blz. 35 ‘Sara Bernard’ inpl. v. ‘Sarah Bernhardt’.
Blz. 82 r. 7 v. onder: ‘overheen’ inpl. v. ‘overeen’.
Blz. 108 staat 1784 inpl. van 1884? Neen, andersom!
Blz. 120 r. 12 staat ‘vergenen’ inpl. v. ‘vergen’, denk ik.
Blz. 125 onderste regels: staat ‘hun (hem?) van spec. voor hem geschr. lectuur te voorzien’.
Blz. 208 : Diederik v. Hogend., niet Dirk, voor zoover ik weet. Of is Dirk hetzelfde? Ik dacht dat het beter was, met het oog op den broer, om papa Diederik te laten.
Blz. 209 r. 7 v. onder: Willem van H. repatrieerde en verging in 1784, niet in 1785. (Dit weet ik toevallig erg goed!)

Tot nader bericht. Hartelijke groeten voor jullie beiden,

je

EdP.

 

Gedurende de maand Juli is mijn adres: Schenk de Jongweg 8, Buitenzorg. Kan ik nog iets uit dit land voor jullie aanvoeren?

 

Origineel:?

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie