E. du Perron
aan
S. Koperberg

Bandoeng, 6 oktober 1938

Bandoeng, 6 October '38.

 

Geachte Heer Koperberg,

Met belangstelling uw aanmerkingen gelezen, waarvoor dank. In het huidige stadium lijkt het mij beter, niets meer te doen voor wij elkaar weer hebben gesproken. Wij kunnen dan verder beraadslagen.

Intusschen toch reeds dit: ik dacht dat u een tijdschrift wilde met ‘jongeren’, met ‘nieuw bloed’, vandaar dat ik me als leeftijdsgrenzen gesteld had: zoowat tusschen 30 en 40. De heer Karsten7856, die u noemt, lijkt mijzelf een bizonder aardig iemand, bovendien zit ik nu met hem in de redactie van Kritiek en Opbouw; verder is ook Koch een groote sympathie van me, maar ik liet ze in dit geval buiten beschouwing vanwege die leeftijdsgrens. Mevr. de Loos zou ik ook best in de redactie willen (zij is de schoonmoeder van Van Leur), maar 1o zelfde overweging als hierboven, 2o staat zij op het punt te vertrekken naar Europa. Als medewerkster is ze reeds gevraagd en de heer Karsten zal ik morgenavond vragen. Ook Bernet Kempers vroeg ik in principe al een maand geleden. Bij hem telt het leeftijdsbezwaar niet, maar ik dacht hem meer iemand voor de redactie van Djåwå en wilde juist zooveel mogelijk vermijden hetzelfde terrein te betreden. Bovendien zou Stutterheim dan ‘meer naam’ hebben. Maar afgescheiden hiervan, in wetenschappelijke, vooral historische milieu's van Batavia (en Bandoeng) zijn Koets en zelfs Van Leur zeker niet minder bekend dan B. Kempers. Wat mijn persoonlijke sympathie en waardeering betreft zou ik Kempers graag gehad hebben, maar Koets lijkt mij in de organisatie die ik mij gedacht had, van veel meer belang en dus gaf ik de voorkeur aan hem, hoewel ik hem persoonlijk niet kende. Hij heeft onlangs een zeer groeten indruk gemaakt door een lezing over de objectiviteit van de geschiedenis7857 voor de historische afdeeling van 't Bat. Gen.; verder leek mij zowel als Samkalden van zooveel belang dat hij, behalve historicus, classicus is.

De 2 Indonesiërs koos ik, na te Batavia en Bandoeng zorgvuldig geïnformeerd te hebben. U denkt misschien iets teveel aan Djokdja en Solo, maar het is voor een goede samenwerking van de redactie van belang dat de menschen niet te ver van elkaar wonen. Gegeven deze altijd ietwat beperkende omstandigheid, moest ik mij dus tot West-Java (dus in feite Batavia) bepalen.

Het prospectus kan natuurlijk makkelijk worden uitgebreid. Een nagenoeg complete berekening zal ik u ook voorleggen, mij baseerend op prijzen van den heer Nix. Overigens: als Kolff er zich financieel voor wil interesseeren (of Van Dorp of een ander) en Nix niet, dan hebt u natuurlijk gelijk dat wij die moeten nemen.

De rest dus mondeling. Wij kunnen er, indien absoluut noodig, nog wat redacteuren bij vragen (Karsten bv. is tout trouvé), maar zal dit niet zeer vertragend werken in de praktijk? We zijn nu al met 7,7858 en als we met 9 of to of 11 zijn, wordt samenwerking practisch een corvée. Aan den anderen kant kan ik moeilijk de menschen die nu gevraagd zijn weer ‘afdanken’. Laat dus uw gedachten hierover gaan; misschien vindt u ook hiervoor een oplossing.

Tot spoedig ziens, en steeds gaarne uw

EduP.

Vriendelijke groeten van mijn vrouw.

7856Ir. Thomas Karsten (1884-1945), architect te Bandoeng en Semarang, bestuurslid van het Java-instituut en ontwerper van het museum Sånå Boedåjå.
7857P.J. Koets hield op 27 mei 1938 een inleiding voor de Afdeeling geschiedenis van het Koninklijk Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in een gecombineerde vergadering met de Afdeeling rechtswetenschap over ‘Het vraagstuk der objectiviteit in de geschiedschrijving’. Aanleiding waren de opmerkingen van het Hooggerechtshof over dit onderwerp in het arrest van 1937 in de zaak tegen dr. E.F.E. Douwes Dekker. Koets' aantekeningen bevinden zich in zijn papieren in het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage onder nr. 546
7858Als redacteuren van ‘Noesantara’ waren kandidaat P.J. Koets, H. Sam-kalden, J.C. van Leur, E. du Perron, A.K. Pringgodigdo, A. Soebardjo en Th. Nix.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie