E. du Perron
aan
de Wereldbibliotheek (N. van Suchtelen)

Parijs, 28 mei 1936

Parijs, Donderdag 28 Mei '36.

 

Geachte Heer Van Suchtelen,

Tot mijn spijt hoorde ik dat ik ook bij u niet ‘gebruikt’ kan worden.7606 Dit is nu al 4 jaar zoo; ik vraag mij af waar het op uit moet loopen en of ik misschien in Indië gelukkiger zal zijn, ondanks de crisis. Maar soedah, zooals de heer Maurits op bijna iedere bladzij verzucht.

Die hoofdstukken7607 zijn in de war geraakt, denk ik, omdat ik een nieuw hoofdstuk heb laten aanbrengen, dat mij noodig leek. De tekst werd daar anders wat raar, kwam mij voor.

Hierbij alvast het maleisch tot op blz. 240; misschien kunt u dit meteen laten zetten; de rest komt er dan later onder. Lijkt het u niet wat kinderachtig, deze complete collectie? Enige ‘paggers’ en ‘pasars’, door Daum niet gecursiveerd heb ik onvertaald gelaten; daarentegen liet ik hier en daar een woord cursiveeren dat mij moeilijker leek, bij v. ‘djaïd’ en ‘dj oeroetoelis’ en ‘grobak’, en dat ik wèl vertaalde.7608 Als u vindt dat een gedeelte van mijn vertalingen kan vervallen, schrapt u maar; u bent hierin beter beoordeelaar dan ik.

Kunt u (laten) nazien of het woord ‘idjoek’ op bizij 144 staat? Anders staat het wschl. op bizij 157. - Wat voor dier een ‘koekang’ is, weet ik niet, en in de maleische dictionnaires schijnt het woord niet voor te komen.7609

De 3 blzn. inleiding stuur ik u gelijk met de laatste bladzijden. Ik

moet toch ook nog een proef hebben van het maleische lijstje.

Tot nader dus en met vriendelijke groeten

uw dw.

EduPerron

 

P.S. Zoudt u mij en mijn vrouw niet wat te vertalen kunnen geven, nu Le Sang Noir niet doorgaat? Is er al iemand voor den Flaubert?7610 Ook engelsch kunnen wij best doen, en mijn vrouw beter dan ik nog. Maar wilt u niet iets door mij vertaald hebben van Stendhal?

7606DP had op 7 mei 1936 bij Van Suchtelen gesolliciteerd in 2929 (Brieven VII, p. 193-194)
7607De eerste druk van Goena-goena (1889) bevatte geen hoofdstukindeling. DP maakte een indeling in 36 hoofdstukken voor de door hem bezorgde herdruk. Deze indeling correspondeert dikwijls niet met het door Daum gebruikte wit. Zie Goena-goena, oorspronkelijke romanamste001were01 met het voorwoord bij de derde uitgave van E. du Perron en een nawoord van Ronald Spoor, Amsterdam 1987 (Salamander: 32)
7608Pagger: schutting van bamboe; pasar: markt; djaïd: naaister; djoeroetoelis: klerk, schrijver; en grobak: kar. Deze laatste drie woorden werden verklaard in het lijstje op p. 297.
7609Idjoek: vezels van de arenpalm; koekang: luiaard. DP had op 26 mei 1936 in 2943 (Brieven VII, p. 204) aan Van Lier gevraagd om deze woorden voor hem op te zoeken. Idjoek en koekang waren ingrediënten voor een tovermiddel, zie Goena-goena, hoofdstuk XXI, Wereldbibliotheek, p. 163. In de brief van 26 mei 1936 n 2 aan Van Lier staat ten onrechte dat het woord koekang niet in Goena-goena voorkomt. Idjoek werd in het lijstje verklaard, koekang niet.
7610De Wereldbibliotheek gaf geen nieuwe vertaling van Flaubert uit; in 1938 werd een tweede druk van Salammbô in de vertaling van Andries de Rosa uitgegeven.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie