E. du Perron
aan
E. Bouws

Gistoux, 21 juni 1932

Gistoux, 21 Juni.

 

Beste Everard,

Dank voor het schrijven, en niet het minst voor de vaderlijke raadgevingen daarin vervat; en inderdaad, laten we allemaal maar probeeren niet meer te zondigen. Dat ik jou of Menno of wie ook van rare gevoelens ‘verdacht’ zou hebben, is de idiotie van de eeuw, zooals de Franschen zeggen. Ik was gewoon woedend, toen ik die halfverbeterde tekst zag, en schreef woedend; bovendien was ik volstrekt niet zeker (zooals Menno vermoedde) dat daar niet de een of andere eigenwijze chef-corrector of weet-ik-het-wat achter zat, dus... Maar amen!

Wat je me over Slauerhoff schreef, zoowel in het vorige briefje als nu, vind ik bedroevend, maar niet alleen tégen Slauerhoff (verre van daar), ook als situatie voor hem. Ik ben er n.l. allerminst zeker van dat hij een ‘ploert’ zou zijn; ik voel in menig opzicht met hem mee; en hoe sympathiek ik Alexis ook op zichzelf vond, de situatie was lamentabel voor iedereen, niet het minst voor Slau! Om in de situatie van Slau volkomen goed op te treden, zou hij een meer dan levenswijs, Angelsaksisch-rustig man moeten zijn, met liefst een dikke huid en wat je noemt: magazijnen van tact en flair. Wij weten allemaal, en wisten het altijd, dat hij dat geenszins is, noch er eenige aanspraak op maakt; dat hij ontactvolle, onhandige, kapotmakende dingen begaat, is dus voor mij allesbehalve verwonderlijk. Ik zou hem allerminst willen veroordeelen; er zijn Kring-fluimen genoeg om dat te doen. En tant pis voor hem, als hij het kapot maakt met Darja; hij zal er zéér ongelukkig om zijn. Méér alweer dan menige Kring-vriend...

Het is heel gemakkelijk om van de sterren uit Slau's gedrag te beoordeelen. Het is iets geheel anders om zich in zijn plaats te denken en na te gaan wàt dan ongeveer zijn visie op Darja's ‘leven-en-kunstenaarsloopbaan’ moet zijn. Zijn grootste fout, voor mij, is: dat hij van Darja ging houden, inpl. van haar te nemen voor wat zij werkelijk volmaakt-bevredigend zou zijn: een charmante vriendin. Maar eenmaal gegeven zijn karakter èn zijn gevoel voor haar, kàn hij niet anders dan 100 × in botsing komen met ‘wat nog aan haar vastzit’. Ik heb groote sympathie voor Darja, maar haar fout is wschl. dat zij met Slau een verhouding begonnen is, die buiten hààr karakter en vermogen lag. Enfin, al dit gepraat over ‘fouten’ is ook idioot, maar ik tracht je mijn standpunt uiteen te zetten, nu het zóó gemakkelijk wordt om mee te huilen in het koor tegen Slau.

Dat volgende nummer wordt ook best. Maar ik kan het eerst goed zien, als ik het in handen heb. Wil je het, zoo gauw het uit is, hierheen sturen, en ook het geld, maar dit laatste dan niet meer op zoo'n onpractische manier? Ik heb die fl. 81. nu nog steeds niet! omdat ik ze nu weer uit Lugano terug moest laten halen door een Brusselsche bank.

Het gaat hier iets beter, maar ik heb de handen vol met het regelen van allerlei zaken, waaraan mijn moeder door haar bedlegerigheid niets meer heeft kunnen doen, en je weet hoe onpractisch (of om jouw lievelingsterm te gebruiken: ‘weltfremd’) ik in zulke dingen ben. Vanmiddag ga ik met Bep naar Nivelles, voor een bezoek aan mijn advocaat, en zal van daaruit weer briefkaarten versturen met Jan van Nijvel erop.

Tot spoedig. Hart. groeten, ook van Bep, je

E.

 

P.S. - Er is een nieuwe strijd Menno-Maurice7164 ontbrand, voorloopig echter nog maar met bespiegelende vuren, met het Bengaalsche licht der philosofische analyse. Héél instructief om mee te maken. Steek er ook maar je licht bij op...

 

P.P.S. - Kan je me omgaand de eerste blzn. van Uren met Coster zenden, n.l. Fransche titel, titel, opdracht en epigraaf? Dank.

7164Roelants had bezwaar gemaakt tegen een ‘anti-klerikale’ opmerking van Ter Braak in de kopij van zijn panopticum ‘Vooroordeel tegen Schweitzer’, dat in Forum 1 (1932) 7 (juli), p. 467-468, zou verschijnen. Ter Braak had hem vervolgens uitgenodigd te schrappen in het panopticum wat hem ergerde. Roelants deed dit, zoals hij op 17 juni 1932 aan Ter Braak schreef (alleen deze brief is door Roelants gepubliceerd in zijn uitgave Roman van het tijdschrift Forum of les liaisons dangereuses, 's-Gravenhage/Rotterdam (1965), p. 178-180). Roelants was van mening, dat Ter Braak zo ‘tactvol’ moest schrijven, dat hij geen censuur hoefde uit te oefenen.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie