E. du Perron
aan
J. Pée

Den Haag, 26 januari 1940

Den Haag, 26 Jan. '40

 

 

Zeer geachte heer Pée,

Ik zend u gelijk hiermee een envelop vol knipsels over laatst verschenen Multatuliana, bijna alles over de lady. U hoeft mij hiervan niets terug te zenden. Jan Engelman (in De Nwe Eeuw) is ook een katholiek, dichter van talent overigens; wat hij schrijft is toch wel wat beter dan Van Duinkerken! De Telegraaf6679 is best, maar vergis u niet, die menschen hebben aan u en mij niet minder het land, en het ‘drie-hoog’ waar zij op leven is in heel den lande bekend! Ter Br. adviseert me, het in den Rijn duwen v. Tr. M.6680 te schrappen, als verzwakkend voor de rest van 't betoog. Het kan waar zijn; hoewel 't me aan het hart zou gaan, maar enfin, zijn weduwe en kinderen hoeven dat niet te lezen. Ik veronderstel dat u nu toch wel zoowat klaar bent met de lectuur. Ik veranderde hier en daar nog wat. Eig. heb ik er nu ook schoon genoeg van. Wat is dit land blij als 't mee op Mult. kan afgeven; het gaat er toch overal als koek in, wat de lady vertelt. Alleen het fatsoen eischt wat ‘voorbehoud’. Vriend. gr.

EduP.

6679De niet ondertekende bespreking van De waarheid over Multatuli en zijn gezin in De telegraaf van 24 januari 1940 (av.) onder de kop ‘Ruzie drie-hoogachter’ was negatief.
6680Mr. S. Tromp Meesters reed in december 1937, na een bezoek aan Nieder-Ingelheim, met zijn auto bij Rüdesheim in de Rijn en verdronk (Zie De waarheid over Multatuli en zijn gezin, p. 3-4). Door DP werd op dit feit niet gezinspeeld in Multatuli en de luizen, p. 39 (Vw 4, p. 585).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie