E. du Perron
aan
H. Marsman

Den Haag, 16 december 1939

Den Haag, 16 Dec.

 

Beste Henny, Ik kom er niet toe lang te schrijven, heb het onrustbarend druk. Je verzen gelezen en het geheel zeer mooi bevonden. Ik ben vóór opname v. D's Boot6501 omdat de rest anders te veel in één toon doorgaat. De 1e en laatste reeks zend ik naar V. Rantwijk.6502 Sch. in Holl. is voor mijzelf maar een ‘inleiding’, omdat O.Z. de grootvader is van Dirk v.H., die mij wèl zeer ‘inspireert’. Ook komt Willem v. Hogendorp weer, in de historie van zijn zoon dus, terug. Ik ben nog steeds doende nr Fr. te komen, maar o, o, wat maken ze 't je moeilijk. Misschien lukt het niet. Van gereduceerde prijzen breng ik op 't oogenblik niets terecht, dat begrijp je; ik zelf mis het laatste deel v. Gide's Oeuvres Complètes en kocht het Journal hier in Holl. voor de volle prijs. Was ik in Parijs, dan had ik 't natuurlijk voor je klaargespeeld.

Het is beestachtig koud hier. Ik zie te veel menschen helaas! dat was in Bergen beter.

Werk goed en tot ziens - misschien. Steeds je

E.

 

Wat moet ik met de rest doen van je gedicht?6503

Tot 16 Januari: Laan v. Meerdervoort 835, Den Haag.

Van de Morvan6504 weet ik niets practisch!

6501‘De boot van Dionysus’ werd door Marsman als tweede reeks in Tempel en kruis (1940) opgenomen.
6502De eerste reeks ‘De dierenriem’ en de laatste reeks ‘De onvoltooide tempel’ van Tempel en kruis werden in GN 38 (1940) 3 (maart) p. 272-284 en 4 (april) p. 365-375 gepubliceerd.
6503‘De wanhoop’, derde reeks in Tempel en kruis.
6504Beboste streek in Bourgondië, waar DP in augustus 1935 bij André en Clara Malraux in Lévèque had gelogeerd.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie