E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Bergen, 9 oktober 1939

Bergen, Maandag 10 Oct. '39.

 

Beste Freddy,

Dank voor briefkaart. Ik hoop dat je nu al weer ‘op stem’ bent. Alle exx. interview en naschrift zijn er; ik zwem er nu in! De Indrapoera is uit de britsche gevangenschap verlost en in de haven van herkomst terug, wschl. zal je nu wel gauw de meubels krijgen + een kinderfietsje (rood en 3 wielig) van het Alijntje. Bep vraagt of je dat hierheen kunt sturen: gewoon een ander pampier erop. Ons adres is: bij juffrouw Meuter, Nesdijk 19, Bergen-binnen (N.H.). We blijven hier nog wel een dag of tien; het bevalt Bep hier nl. bizonder. De Ter Braken komen Vrijdag a.s. hier - dit voor 't geval je iets wilt meegeven (dat fietsje liever eerder, als het er al is!). - Ik zal Die Waarheid over Mult.6234 behandelen op de wijze die het verdient; kun je me dat werkje bezorgen - ingenaaid! - zoo gauw je het ziet? Et v'la pour le moment.

Hartelijke groeten aan je moeder en van Bep, een poot van je

E.

6234De waarheid over Multatuli en zijn gezin, Een antwoord aan Julius Pée, Menno ter Braak e.a. van de schoondochter (Annetta Gerharda Douwes Dekker-Post van Leggeloo). 's-Gravenhage 1939. DP zou daarop in januari 1940 reageren met Multatuli en de luizen, Aantekeningen bij een nieuw waarheidsboek over Multatuli. Amsterdam 1940 (Vw 5, p. 541-628).
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie