E. du Perron
aan
F.E.A. Batten

Bandoeng, 29 mei 1939

Bandoeng, 29 Mei '39.

 

Beste Freddy,

Dank voor je uitvoerige brief. Natuurlijk wil ik nog een hoop méér hooren. Zentgraaff heeft het geval óók ‘behandeld’; uitknipsel gaat hierbij. Ik heb geantwoord, in K. en O., dat pas 3 Juni uitkomt. Als ik gezond ben, stuur ik het je dadelijk. Laat ter Br. deze dingen maar zien, al zijn 't voor hem natuurlijk maar verre echo's. Terwijl ik je schrijf ben ik eig. niet best, heb licht koorts, ben al een dag of 5 verkouden enz. - en dan ben ik direct bang voor een terugkeer van die longontsteking.

Je verslag is zoo mooi en compleet, dat ik de hoop opgeef om er ook maar eenigszins behoorlijk op te kùnnen ingaan. Neem dit gekrabbel voor lief. Ik antwoord maar weer punt voor punt, dat is toch nog het minst onbevredigend.

Z. heeft het ook al over normaal en abnormaal, - hij insinueert overigens dat ter Br. - en ik natuurlijk ook - van de verkeerde richting zijn; zulke dingen zijn noodig voor Indië! - Maar laat t. Br. zich niets inbeelden: Z., in déze samenleving, is 50 × gevaarlijker en erger dan Swart; iedereen is bang voor hem, je krijgt dus niemand mee tegen hem, enz. Maar ja,... ik benijd t. Br. dat Nijgh een beroerte heeft gekregen, en Z. (nog) niet. Dààrin heeft hij mij glansrijk overtroffen.

Woont Romein niet in Amsterdam? Hoe komt hij dan op de Cul-Club6100 in Den Haag? Enfin, dat is een detail. De houding van de laffen is overal op aarde dezelfde, maar Arthur6101 - gegeven zijn logica en qualiteit - is toch onbetaalbaar, en Hein Pannekoek en Huizinga vallen weer heerlijk mee. Overigens: overdrijf niet het nieuwe van dit geval en schrijf het vooral niet alleen toe aan ‘onzen tijd’, want dergelijke filister-bewegingen tegen een behoorlijk mensch hebben altijd plaats gehad en zijn altijd logisch geweest. Ik geloof dus niet zoo gauw als jij dat wij ‘verloren’ zijn, en in ieder geval wil ik daar zelf bij zijn. Wij denken nu in Augustus van hier te gaan, uiterlijk begin September. Wij zijn al bezig een boot te zoeken.

Ik heb van Bovene hier nog eens gezien. Hij protesteerde over mijn stukken tegen Z., hoewel hij Z. haat, en dus... uit journalistiek fatsoen. Een beste jongen, wat dom en wat slim, maar zeker niet beroerd; alleen: hij vindt er nu eenmaal een eer in, journalist te zijn. Dat zegt eig. alles.

Mijn neef (gezegd oom) George in Tjilatjap ken ik nu persoonlijk. Van dat portret bij jullie6102 herinner ik me niets meer, maar ik logeerde bij hem in Tjilatjap, nu bijna 2 jaar geleden. Zijn vrouw is niet ongeschikt, was er ook, zijn dochter ‘Jetty’ niet. Ik zal je later een prachtverhaal (genre poëtische kolder) over ze vertellen, nu geen tijd. Die oom George is een bèste man, en de bovenkant van zijn gezicht lijkt wel wat op mijn vader, de onderkant niet.

Waarom is het élan van Het Holl. Weekbl. ‘voor altijd’ gesmoord?6103 Kan ter Br. daar geen hoofdred. van worden? Of is 't blad zelf stervende?

Ik heb Gans niets te schrijven, zou te veel moeten ‘aanknoopen’. Doe hem mijn hartelijke groeten en verzeker hem van mijn beste gevoelens. Ik kreeg nooit een Léautaud-nr. van Ce vice.6104

Wie in godsnaam is Mies Jurriaanse, en hoe in drommelsnaam kan je haar vertellen dat men mij op 't Landsarchief met haar naam ‘gepest’ heeft, dien ik nu voor het eerst hoor!?? Deze heele dame is mij onbekend, zoo ook haar ceylonsche histories. Verklaar je nader. En waarom wordt de goede Verhoeven erin betrokken, die altijd even geschikt was (en is)? Je schijnt een wonderlijke roman gedroomd te hebben over die Archief-historie van me. Ik zal die nog weleens compleet opschrijven, maar wat zal jij dan teleurgesteld zijn, als je nu al zooveel mooiere dingen weet.6105

Oud Batavia van Nix is in grooter formaat dan dat van Kolff (1e druk), maar... deze editie is in 1 deel (album niet meegerekend), die andere in 2; verder heeft De Haan deze op vele plaatsen herzien en verbeterd.

Die foto van mij op de stoep is van Nov.'36. Ik was toen nog geen maand in Indië.6106 Ik ben nu nog veel ouder geworden.

‘Radjad-Jarang’ is een fantazie van een redacteur v. Holl. W. - het is doodgewoon ‘Padjadjaran’! Het 3e stuk is het beste, geloof ik; maar is dat al geplaatst? Ik zag maar 1 en 2, en heb die niet dubbel. Het kwam mij ook voor dat erin gesnoeid was, tenzij dat deel nog komt. Ik schreef deze dingen in Tjitjoeroeg, indertijd, en voor Het Vaderl. Men vond ze daar toen al ‘te moeilijk’ - stel je voor, dit gedaas! - en ter Br. kreeg ze er maar niet ‘door’.

Je kunt het hier toch nog probeeren, als je toch leeraar moet spelen of zoo. Ik heb hier dan al een vriend voor je: R(obby) Nieuwenhuys, nu ‘neerlandicus’ te Semarang. Hij schreef een best stuk over Daum, dat in Gr. Ned. komt. Er zijn wel geschikte menschen hier; je moet het niet te erg zien; maar begin met je geen illuzies te maken! Misschien valt het jou weer mee...

Théâtre de M. Boissard heb ik. Tenminste het 1e deel dat ervan verscheen (er staat één sterretje bij). Is het 2e uit, dan wil ik dat graag hebben! Die dingen over de liefde staan, meen ik, in Passe-temps. Zooniet, dan wil ik ze ook maar al te graag. - Naar Janneke de Pionierster zal ik uitzien. Maar er is even veel en meer kans het boekje in Holland te vinden. Koop het dan, geef het je moeder uit mijn naam, en laat mij het met jou verrekenen.

Wat Rudie van Minny le Grom zegt, is soldatentaal en vanzelfsprekend onjuist. Zij is een jong meisje, ik ben een verouderend, dik en kalend man, zonder eenige sex-appeal. Trek de conclusie! - Het proza van Arthur Ducroo is niet voldoende voor wat Rudie bedoelt, geloof ik, ook al zou Arthur zijn Jane willen verraden...

Met Jan en Annie Romein ben ik op't oogenblik op de beste voet en ze behooren bepaald allebei tot de menschen die ik verlang in Holland terug te zien.

Bestel Ups en Downs bij ‘Templum Salomonis’, Leiden. Laatst stond het in een catalogus van hen voor f 2.50. Of f 4.50, maar in ieder geval goedkoop.

CSW. van Hogendorp begint me langzamerhand even hard te interesseeren als zijn vader Dirk. De vader was genialer en zeker een ‘grootere vent’, maar wat een romantische jeugd heeft deze C.S.W. gehad, en stom was hij zeker ook niet. - Maar doe je niet te veel daar op 't Rijksarchief? Ik ben al dolblij als je die verzen voor me overschrijft en die portretten zendt. Ik kan tòch niet veel gebruiken, want nu al is mijn ‘copy’ zóóveel grooter dan mijn plaatsruimte (320 blzn. als van De Muze), dat ik wel weer hoopen zal moeten schrappen.

Het stuk van Coster als ‘buurtje’6107 was onverwacht aardig!

Ritter en Bloem zijn precies zooals ze moeten zijn. Daarover dus niks. Maar ‘slijm op jenever’ is een meesterlijke formule voor den laatste. Wat is de eerste, in dezen trant? Snor op kinderpoep?

Ik kòn me onmogelijk met die Slauerhoff-poëzie inlaten, omdat ik hier nòch manuscripten heb, nòch literaire tijdschriften, nòch ander controle-materiaal. In Holland zou ik het met toewijding gedaan hebben.

Bij voorbaat werkelijk alle dank voor je moeiten en zorgen. Hoe gauwer ik de boel hier heb, hoe gauwer Nix beginnen kan met drukken; en dan kan ik nog heel wat hier zelf nakijken. Al die proeven per luchtpost nr Holland, wordt een ramp, vrees ik. - En dan, als jullie gelijk hebben, dan komt dit alles natuurlijk tòch niet af, omdat de afslachting al veel eerder zal plaats hebben! Het beste is, er niet aan te denken, zeg ik laf.

Enfin, tot zoover voor vandaag. Als je wist hoe moe en beroerd ik me voelde zou je deze onsamenhangende praat apprecieeren. Later beter, hoop ik.

Een hand van je

E.

6100‘Cultureele Club, Sociëteit voor Cultureele Samenwerking’, opgericht in 1929 in Den Haag; bij een feestmaal op 6 mei 1939 ter gelegenheid van het tienjarig bestaan waren de Romeins aanwezig geweest.
6101Arthur van Schendel had bij Schilt geprotesteerd naar aanleiding van Ter Braaks ontslag (zie Bw TB-DP 4, p. 382).
6102Niet achterhaald.
6103Op 11 mei 1940 zou het laatste nummer verschijnen.
6104Van Ce vice impuni, la lecture 1 (1938-1939) 4 (1 april 1939) was p. 1 gewijd aan Paul Léautaud.
6105Maria W. (Mies) Jurriaanse, verbonden aan het Algemeen Rijksarchief, kreeg de opdracht tot ordening van de V.O.C.-archieven op Ceylon, waartoe zij vanaf februari 1937 in Colombo woonde. Verhoeven heeft haar daar in 1937, terugkerend van een studiereis in Europa, bezocht. Het is hem niet bekend, wie het gerucht kan hebben verspreid en aan Batten doorverteld, dat DP enige relatie met haar zou hebben gehad.
6106Zie E. du Perron. 's-Gravenhage 1969, Schrijversprentenboek 13, p. 42, nr. 112. De foto werd voor het eerst gepubliceerd in het te Batavia uitgegeven weekblad Wereldnieuws en sport in beeld van 5 december 1936 (vgl. 3100 n 4).
6107In De stem 19 (1939) 5 (mei), p. 484-485, schreef Coster in zijn ‘Klein journaal’ onder het kopje ‘Wij zij niet bang...’ over de enquête der Duitse regering, die na de annexatie van Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije aan de overige buurstaten de vraag stelde of ze zich bedreigd voelden. Coster stelde een antwoord op in de vorm van een briefkaart gericht aan de ‘Buurman’, dat even onzinnig was als de vraag en ondertekende met ‘Uw buurtje’.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie