E. du Perron
aan
Soejitno Mangoenkoesoemo

Bandoeng, 28 maart 1939

Bandoeng, 28 Maart '39.

 

 

Beste Soejitno,

Dank voor je uitvoerigen brief, waarin zeer goede opmerkingen staan, en die je - met maar eenige omwerking - zóó zou kunnen publiceeren als reactie op De Muze. Je hebt je vermogen dus alweer onderschat. Maar toch, beter is het voorloopig niet te doen; anders komt er misschien weer een heel gezwam over.

Ik reken erop dat je nu voorloopig niet meer schrijft, maar dat papier verovert. Nièt om het weg te gooien overigens!

Vanavond is het redactieverg. v. K. en O. met een zoo goed als nieuwe redactie - als iedereen opkomt. Roosseno wordt hoogstwschl. vervangen door Soesilo; Soebardjo komt erin; De la Court, die binnenkort naar Europa gaat, wordt vervangen door een leeraar Tier of Thier (de juiste spelling van den naam is mij nog onbekend). Karsten staat nu nog op het omslag, maar is feitelijk eruit. Eigenlijk zou ik nu ook nog willen aftreden als redacteur en alleen maar medewerker zijn. Want de ware lust voor dit blad heb ik toch heelemaal niet.5997

Nu vond De la Court dat stuk van Sjahrir weer wel aardig, want komend van een Indonesiër, maar eig. verward, in zichzelf tegenstrijdig enz. Ja, zulke dingen kan ik ook wel beweren, en als dit stuk beoordeeld moest worden met de maatstaven van Forum of Gr. Ned. zou ik er misschien ook tegen zijn. Maar voor K. en O. is het toch zeker 10 × goed genoeg! Zulke kritische nuffigdoenerijen van menschen, die zelf zulke hoogst-middelmatige rommel schrijven als De la C., ergeren me en geven me lust eruit te loopen, omdat er van dit blaadje tòch nooit iets goeds te maken is. Daarvoor is het te schoolmeesterlijk opgezet.

Soeroto schreef ook nog een stuk, - nogal blazerig, maar zeer weinig ad rem, met maar heel weinig nieuwe dingen; kortom, voor 9/10 ernaast. Ik zou lust hebben het te weigeren of er iets zeer scherps onder te zetten, maar dan zegt hij: zie je wel, zoo zijn die blanda's nu, als 't erop aankomt! Ik zal dus mijn best ervoor doen dat het stuk er wèl in komt. - Maar misschien schrijf ik er toch nog iets onder ook.

Takdir schijnt het bepaald niet op me te hebben begrepen. Ik mag hem meer dan hij mij, deze zelfgenoegzame jongeman die het zoo heeft over de ‘zelfgenoegzame individualisten’. Die zelfgenoegzaamheid is ongeveer even logisch als wanneer je iemand daarvan beschuldigen ging, die liever vleesch eet dan visch, omdat hij van visch ziek wordt. Er zijn kunstenaars voor wie politiek visch is, ze worden er ziek van, uit. Als Poesjkin, die de eerste schrijver en dichter is van Rusland, de werken van meneer Ehrenburg - de visch van meneer E. - lezen moest, werd hij er hoogstwschl. beestachtig ziek van. Dit neemt niet weg dat zelfs de sovjet-schrijvers heel wat meer aan P. hebben dan aan E. Maar soedah! hoofdzaak is dat Takdir tenminste behoorlijk aan Ehrenburg-vereering laboreert en dus het recht heeft jou te verwijten dat je dergelijke gevoelens voor den heer du P. zou koesteren.

Tot later dan. Werk flink, het beste ermee, een hand van je

E.

 

P.S. Het art. van Sg. was grappiger dan het jouwe, het jouwe veel meer lezenswaard voor den ‘buitenstaander’. Wat zegt dit tégen jou? Misschien schuilt er in Sg. een pamflettist, een polemicus, in jou een essayist. Die heeren oordeelen allemaal, als 't erop aankomt, erg... individueel!

5997Per 1 april 1939 was de K&O-redactie als volgt samengesteld: J.F.H.A. de la Court, ir. A.M. Harthoorn, ir. Thomas Karsten, D.M.G. Koch, E. du Perron, mr. Achmad Soebardjo. Op 1 mei trad M. Soenilo toe. De la Court trad per 16 mei uit. H.B.M. Thier werd toen geen redacteur.
vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie